[D66] De Militaire Slagroompolitiek van Jetten

René Oudeweg roudeweg at gmail.com
Fri Jan 30 14:41:22 CET 2026


De Militaire Slagroompolitiek van Jetten

De Militaire Slagroompolitiek van Jetten 1 verdient een eigen plek in 
het museum van laat-liberale bestuurskunst, ergens tussen de 
zelfrijdende auto zonder stuur en de “tijdelijke” maatregel die vijftien 
jaar blijft hangen. Het is een vorm van politiek die eruitziet als een 
toetje, smaakt als lucht en ondertussen een verrassend hoge calorische 
waarde heeft voor de defensiebegroting. Slagroom, maar dan met tanks 
erin. Zacht gepresenteerd, hard geserveerd. En altijd met een glimlach 
die suggereert dat dit allemaal heel redelijk is, eigenlijk zelfs 
onvermijdelijk.

De kern van deze politiek is eenvoudig: neem alles wat naar oorlog, 
bewapening, surveillance en machtsuitbreiding ruikt, klop het op tot een 
luchtige mousse van optimisme, Europese waarden en “weerbaarheid”, en 
serveer het als vooruitstrevend beleid. Noem het geen militarisering, 
maar “verantwoord leiderschap”. Noem het geen wapenwedloop, maar 
“strategische autonomie”. Noem het geen angst, maar “realisme”. En 
vooral: glimlach erbij, want wie glimlacht, kan onmogelijk iets 
gevaarlijks bedoelen.

Jetten 1 presenteert veiligheid als een moreel dessert. Wie kan er nu 
tegen veiligheid zijn? Wie kan bezwaar maken tegen bescherming van onze 
manier van leven, zeker als die wordt uitgeserveerd met 
fairtrade-retoriek en een regenboogvlaggetje erop? De Militaire 
Slagroompolitiek werkt precies zo: ze haalt de scherpe randjes van macht 
en geweld weg door ze te omhullen met progressieve taal. Het resultaat 
is een kabinet dat met het grootste gemak pleit voor structureel hogere 
defensie-uitgaven, verruimde bevoegdheden voor inlichtingendiensten en 
een samenleving in permanente staat van paraatheid, terwijl het zichzelf 
blijft zien als het redelijke midden, het morele kompas, de volwassen in 
de kamer.

Het genie – of de tragedie – van deze politiek is dat ze elk conflict 
vooraf neutraliseert. Kritiek op militarisering? Dan begrijp je de 
wereld niet. Vragen over burgerrechten? Dan neem je veiligheid niet 
serieus. Twijfels over escalatie? Dan ben je naïef, of erger: 
onverantwoord. De Slagroompolitiek duldt geen tegenspraak, juist omdat 
ze zo vriendelijk is. Ze slaat je niet neer met een knuppel, maar legt 
een hand op je schouder en zegt: “We doen dit samen, voor de toekomst.” 
En ondertussen wordt de knuppel wel degelijk klaargelegd, netjes 
gepoetst, Europees afgestemd en juridisch verankerd.

Wat deze politiek echt hilarisch maakt, is haar theatrale geloof in 
zichzelf. Alles wordt gepresenteerd als rationeel, afgewogen en 
noodzakelijk, terwijl de onderliggende logica opvallend emotioneel is. 
Angst voor geopolitieke irrelevantie. Angst om niet mee te tellen aan de 
volwassenentafel van de NAVO. Angst dat Europa zonder spierballen niet 
serieus genomen wordt. In plaats van die angst te benoemen, wordt ze 
verpakt als visie. In plaats van debat te voeren, wordt consensus 
gesimuleerd. Iedereen die twijfelt, staat buiten de realiteit, en 
realiteit is toevallig precies datgene wat het kabinet zegt dat het is.

De Militaire Slagroompolitiek is ook een wonder van beleidsalchemie. Ze 
belooft tegelijkertijd meer veiligheid en meer vrijheid, meer controle 
en meer vertrouwen, meer wapens en meer waarden. Dat dit intern 
tegenstrijdig is, wordt opgelost door het probleem simpelweg niet te 
erkennen. Vrijheid wordt herdefinieerd als veiligheid. Veiligheid wordt 
herdefinieerd als militaire capaciteit. En militaire capaciteit wordt 
herdefinieerd als vooruitgang. Zo ontstaat een cirkelredenering waar je 
duizelig van wordt, maar die verrassend stabiel blijft zolang niemand 
hardop vraagt waar de nooduitgang is.

En dan is er natuurlijk de samenleving zelf, die in deze visie een soort 
bijgerecht wordt. Burgers zijn geen autonome politieke actoren, maar 
schakels in een weerbaarheidsketen. Ze moeten “samenredzaam” zijn, 
voorbereid op crises, betrokken bij veiligheid, alert op desinformatie 
en bereid om hun rol te spelen. Welke rol precies, blijft vaag, maar het 
klinkt belangrijk. De impliciete boodschap is helder: veiligheid is te 
serieus om aan burgers over te laten, maar burgers moeten wel meedoen. 
Liefst zonder al te veel vragen.

Het mooiste voorbeeld van Slagroompolitiek is misschien wel de manier 
waarop demonstratierecht en protest worden behandeld. Officieel zijn ze 
heilig, fundamenteel, essentieel. In de praktijk zijn ze vooral lastig. 
Dus worden ze omarmd met één hand en ingeperkt met de andere. Niet omdat 
men tegen protest is, natuurlijk niet, maar omdat protest “soms 
doorslaat”. Het is een prachtige formulering: doorslaan. Alsof burgers 
per ongeluk te hard aan de volumeknop hebben gedraaid, en de overheid nu 
even corrigerend moet optreden, uit zorg, uit liefde, uit 
verantwoordelijkheid. De knuppel komt niet uit woede, maar uit bezorgdheid.

Wat deze politiek extra scherp maakt, is haar esthetiek. Dit is geen 
schreeuwerige law-and-order-rechtsheid met vlaggen en spierballentaal. 
Dit is minimalistisch militarisme. Scandinavisch design, maar dan met 
drones. Alles strak, netjes, redelijk. Geen grote woorden over vijanden, 
maar wel permanente dreiging. Geen openlijke repressie, maar wel 
preventieve bevoegdheden. Geen oorlogszucht, maar wel structurele 
voorbereiding op escalatie. Het is oorlog als beleidsoptie, niet als 
tragedie.

En steeds weer dat optimisme. Dat alles tegelijk kan. Dat we kunnen 
investeren in defensie zonder iets anders te laten. Dat veiligheid geen 
prijs heeft, behalve wat extra miljarden hier en daar. Dat de 
samenleving dit begrijpt, draagt, steunt. Dat weerstand slechts een 
communicatieprobleem is. Het optimisme is zo hardnekkig dat het bijna 
ontroerend wordt. Bijna. Want onder die laag slagroom zit een keiharde 
aanname: dat politiek geen keuzes meer hoeft te maken, alleen nog maar 
te managen.

De Militaire Slagroompolitiek is daarmee ook een vorm van escapisme. Ze 
biedt een verhaal waarin Nederland groots kan zijn zonder fundamenteel 
te veranderen. We hoeven onze economie niet te herzien, onze consumptie 
niet te bevragen, onze machtspositie niet kritisch te bekijken. We 
hoeven alleen maar beter bewapend te zijn, beter voorbereid, beter 
verbonden met bondgenoten. De rest volgt vanzelf. Het is geopolitiek 
comfort food: geruststellend, herkenbaar, en op de lange termijn slecht 
voor je gezondheid.

Het satirische hoogtepunt is misschien wel dat deze politiek zichzelf 
ziet als moreel superieur aan ouderwetse machtspolitiek. Waar anderen 
bruut zijn, zijn wij zorgvuldig. Waar anderen agressief zijn, zijn wij 
defensief. Waar anderen nationalistisch zijn, zijn wij Europees. Dat die 
Europese waarden ondertussen worden verdedigd met precies dezelfde 
instrumenten als altijd – geweld, afschrikking, surveillance – wordt 
afgedaan als volwassenwording. Alsof ethiek automatisch ontstaat zodra 
je er een beleidsnotitie bij schrijft.

Uiteindelijk is de Militaire Slagroompolitiek geen toeval, maar een 
symptoom. Ze is wat er gebeurt als een politieke klasse haar eigen 
onvermogen niet onder ogen durft te zien. Als echte hervormingen te 
pijnlijk zijn, echte keuzes te riskant, en echte conflicten te 
ongemakkelijk. Dan blijft er maar één route over: macht uitbreiden onder 
het mom van bescherming, en dat verkopen als vooruitgang. Met een 
glimlach. Met slagroom. Met Jetten die uitlegt dat dit allemaal heel 
logisch is, echt waar.

En misschien is dat wel het meest bijtende aan dit alles: niet dat het 
gevaarlijk is, maar dat het zo normaal wordt gebracht. Alsof 
militarisering een administratieve handeling is. Alsof bewapening gewoon 
een investering is. Alsof angst een beleidsgrondslag mag zijn zolang je 
haar maar “weerbaarheid” noemt. De Militaire Slagroompolitiek vraagt 
geen instemming, alleen gewenning. En dat is misschien wel haar grootste 
succes.


More information about the D66 mailing list