[D66] Multiculturele drama revisited

René Oudeweg roudeweg at gmail.com
Thu Jan 15 13:55:17 CET 2026


Multiculturele drama revisited

Nederland is een land dat zichzelf graag op de borst klopt terwijl het 
struikelt over zijn eigen schouderklopjes. Wij zijn tolerant. Zo 
tolerant dat we het woord inmiddels hebben afgesleten tot een soort 
morele kauwgom: smaakloos, taai en eindeloos herkauwd. Tolerantie is 
hier geen deugd meer, maar een automatisme, een reflex, een 
Pavlov-reactie waarbij elke vorm van conflict onmiddellijk wordt 
besprenkeld met relativering, subsidie en een beleidsnotitie van 84 
pagina’s waarin vooral staat dat niemand zich ergens door mag laten 
kwetsen, behalve door de realiteit zelf, want die is nu eenmaal onhandig.

Neem het Nederlandse multiculturalisme, liefkozend “multikul” genoemd 
door iedereen die er al jaren buikpijn van heeft. Multikul is geen 
beleid, geen visie, geen project. Het is een gemoedstoestand. Een soort 
collectieve schouderophaalhouding waarbij alles mag bestaan, behalve de 
vraag of het misschien ergens misgaat. Want zodra die vraag wordt 
gesteld, gaat het alarm af. Niet het alarm voor problemen, maar het 
alarm voor toon. “De toon is verhard,” klinkt het dan, alsof problemen 
verdwijnen wanneer je ze zachtjes toespreekt.

Nederland is het enige land ter wereld waar falen onmiddellijk wordt 
omgedoopt tot experiment. Ging integratie niet zoals gepland? Geen 
probleem, dan was het een leerproces. Werd segregatie groter? 
Interessant, dat vraagt om dialoog. Ontstaan er parallelle werelden? 
Prachtig voorbeeld van culturele diversiteit. De Nederlandse overheid 
kijkt naar maatschappelijke problemen zoals een yogaleraar naar stress 
kijkt: je moet het niet oplossen, je moet het accepteren, diep inademen 
en vooral niemand corrigeren.

De tolerantie is hier zo diep geïnternaliseerd dat zij elke vorm van 
ruggengraat heeft verdrongen. Regels zijn suggesties geworden. Normen 
zijn gespreksonderwerpen. Waarden zijn contextafhankelijk. Alles is 
fluïde, behalve de overtuiging dat wij moreel superieur zijn omdat wij 
alles fluïde vinden. Nederland is een land dat trots zegt: “Wij leggen 
niemand iets op,” zonder zich af te vragen waarom niemand zich dan nog 
ergens aan gebonden voelt.

Het mooiste is misschien wel hoe Nederland zichzelf blijft beschouwen 
als gidsland. Alsof andere landen ’s avonds bij het haardvuur 
fluisteren: “Wat zouden de Nederlanders doen?” Het antwoord is meestal: 
eerst een commissie instellen, dan een rapport schrijven, daarna excuses 
aanbieden en tenslotte concluderen dat het probleem complex is en daarom 
vooral moet blijven bestaan. Complexiteit is hier geen uitdaging, maar 
een excuus. Hoe ingewikkelder het probleem, hoe minder verantwoordelijkheid.

Multiculturalisme in Nederland is als een buffet waar niemand bordjes 
durft te plaatsen. Alles staat door elkaar, niemand weet wat wat is, 
maar het idee alleen al dat je structuur aanbrengt wordt gezien als 
culinair fascisme. “Laat mensen zelf kiezen,” zeggen we dan, terwijl we 
verbaasd zijn dat iedereen alleen nog eet wat hij al kent. 
Integratiebeleid is jarenlang gevoerd alsof samenleven vanzelf ontstaat 
zolang de overheid maar ver genoeg wegkijkt.

En wee degene die dat benoemt. Die krijgt niet inhoudelijk weerwoord, 
maar een morele scan. Niet: “Klopt dit?” maar: “Wat voor mens ben jij 
dat je dit zegt?” Nederland houdt niet van debat, Nederland houdt van 
morele positionering. Het gaat er niet om wie gelijk heeft, maar wie het 
beste laat zien dat hij deugt. En deugt doet men hier door alles te 
begrijpen, behalve kritiek.

Het land is zo tolerant geworden dat het zichzelf niet meer durft te 
begrenzen. Grenzen zijn immers verdacht. Grenzen doen denken aan 
uitsluiting, en uitsluiting is eng, zelfs als het betekent dat je ergens 
voor staat. Nederland wil liever nergens voor staan dan het risico lopen 
iemand tegen het hoofd te stoten. Het resultaat is een samenleving die 
iedereen ruimte geeft, behalve zichzelf.

Multikul is daarmee een soort religie geworden, maar dan zonder dogma’s, 
rituelen of beloften, behalve de belofte dat alles vanzelf goedkomt 
zolang we het maar niet hardop problematisch noemen. En zoals bij elke 
religie zijn er ketters. Die worden niet verbrand, maar subtiel 
uitgesloten: geen uitnodigingen meer, geen talkshows, wel een label. 
Labels zijn hier de moderne brandstapel.

Het ironische is dat Nederland zijn tolerantie presenteert als kracht, 
terwijl het in de praktijk vaak gewoon conflictvermijding is met een 
moreel sausje. Wij zijn niet zozeer verdraagzaam, wij zijn bang voor 
ongemak. Bang voor confrontatie, bang voor duidelijkheid, bang om nee te 
zeggen zonder het woord “ja, maar” eraan vast te plakken. Elke norm 
wordt hier uitgesproken met een verontschuldiging.

Zo is Nederland een land geworden waar iedereen welkom is, maar niemand 
precies weet waar hij welkom voor is. Waar samenleven wordt voorgesteld 
als een vrijblijvende activiteit, vergelijkbaar met yoga op 
woensdagavond. Je mag komen, je mag ook wegblijven, en als je het niet 
eens bent met de instructies, dan passen we de instructies gewoon aan.

Het meest komische is misschien wel de verbazing wanneer blijkt dat deze 
aanpak niet automatisch leidt tot harmonie. Dan kijken we elkaar aan met 
grote ogen, alsof iemand het sprookje verkeerd heeft verteld. “Maar we 
waren toch tolerant?” Ja, precies. Dat was het probleem.

Nederland is het land dat dacht dat samenleven geen onderhoud nodig had. 
Dat diversiteit vanzelf een feest werd, zonder afspraken, zonder 
grenzen, zonder gedeeld verhaal. En nu staat het op dat feest, nippend 
aan lauwe wijn, zich afvragend waarom de muziek zo vals klinkt. Maar 
ach, zeggen we dan, laten we er vooral over praten. En vooral heel 
tolerant blijven. Want stel je voor dat we iets zouden leren.



More information about the D66 mailing list