[D66] Het volle land dat leeg werd

René Oudeweg roudeweg at gmail.com
Thu Jan 15 08:53:13 CET 2026


GOEDEMORGE...


Het volle land dat leeg werd

Nederland is vol. Niet op de manier waarop een kamer vol kan zijn met 
stemmen, warmte en leven, maar op de manier waarop een harde schijf 
volloopt: zonder betekenis, zonder onderscheid, zonder ademruimte. 
Tegelijkertijd is Nederland leeg. Leeg aan horizon, leeg aan stilte, 
leeg aan richting. Dat dit geen tegenspraak is maar een samenhangend 
gevolg van keuzes, maakt de situatie des te schrijnender. Nederland is 
overbevolkt geraakt en tegelijkertijd ontdaan van inhoud. Het is een 
land geworden waar alles plaatsvindt, maar niets landt.

Wie door Nederland reist, ziet geen land meer, maar een continuüm. 
Steden lopen over in dorpen, dorpen in bedrijventerreinen, 
bedrijventerreinen in distributiecentra, en alles wordt verbonden door 
asfalt, glasvezel en bewegwijzering. Er is geen rand meer, geen 
overgang, geen pauze. Wat ooit leegte was — weiland, polder, stilte — is 
gereduceerd tot restgebied, tijdelijk, wachtend op “ontwikkeling”. De 
ruimte is niet langer drager van betekenis, maar een reservevoorraad.

Deze toestand is niet ontstaan door toeval of noodlot. Zij is het 
resultaat van een diepgeworteld geloof dat groei per definitie goed is, 
dat elke toename vanzelf rechtvaardiging vindt in abstracte cijfers, en 
dat elk ongemak kan worden opgelost door optimalisatie. Nederland heeft 
zich niet vol laten lopen; het heeft zichzelf vol gepland.

Eeuwenlang was ruimte in Nederland iets waarvoor gevochten werd. Tegen 
het water, tegen de zee, tegen het niets. Leegte was gevaarlijk. Zij 
moest worden bedwongen, ingericht, beheerst. Maar in die strijd ontstond 
ook respect. Voor grenzen, voor schaal, voor de kwetsbaarheid van wat 
gemaakt was. De polder was niet zomaar grond; zij was een morele 
afspraak. Samen leven betekende samen begrenzen.

Die mentaliteit is verdwenen. Wat rest is een technocratische omgang met 
ruimte, waarin elke vierkante meter een potentieel moet hebben en elk 
potentieel benut moet worden. Stilte is inefficiënt. Leegte verdacht. 
Onbenoemde ruimte een beleidsfout. Het land is niet langer iets waar men 
in leeft, maar iets waar men doorheen beweegt.

Overbevolking is in Nederland zelden een gesprek over mensen. Het is een 
gesprek over cijfers, prognoses en modellen. Over woningtekorten, 
arbeidsmarkten en draagkracht. Maar juist daarin schuilt de leegte: de 
mens is gereduceerd tot variabele. Hij moet wonen, werken, consumeren en 
zich verplaatsen — liefst zonder frictie. Dat hij ook ergens bij wil 
horen, wortel wil schieten, betekenis zoekt, is lastig en slecht 
meetbaar. Dus wordt het genegeerd.

Er wordt gebouwd alsof wonen een logistiek probleem is. Wijken 
verschijnen als gestandaardiseerde oplossingen, losgezongen van plaats, 
geschiedenis of landschap. Ze zouden net zo goed in Almere, Apeldoorn of 
Assen kunnen liggen. Hun straten dragen namen zonder geheugen, hun 
architectuur vermijdt elke uitspraak. Ze zijn ontworpen om niemand te 
beledigen, en slagen daarin door niemand te raken.

Zo ontstaat een land dat steeds dichter bevolkt raakt, maar waarin 
steeds minder gemeenschap bestaat. Mensen wonen naast elkaar, niet met 
elkaar. Ze delen infrastructuur, geen verhaal. Het openbare leven 
verschraalt tot verkeersruimte, winkelgebied en evenemententerrein. 
Alles moet toegankelijk zijn, maar niets mag eisen stellen. 
Betrokkenheid wordt ervaren als last.

De leegte die hieruit voortkomt is geen leegte van afwezigheid, maar van 
verdunning. Alles is aanwezig, maar nergens intens. Cultuur wordt 
beleefd als aanbod. Natuur als recreatie. Identiteit als keuze-optie. 
Het land zelf wordt een interface: functioneel, efficiënt, emotioneel vlak.

Politiek en bestuur weerspiegelen deze toestand. Visie is verdacht 
geworden, omdat zij uitsluit. Richting geven betekent nee zeggen, en nee 
zeggen is riskant. Dus wordt er gemanaged in plaats van geleid. 
Besluiten worden uitgesteld, doorgeschoven, verpakt in tijdelijke 
oplossingen die permanent worden. Iedereen is verantwoordelijk, dus 
niemand voelt zich schuldig.

Het resultaat is een permanente crisisstaat waarin elk probleem urgent 
is, maar geen enkel fundamenteel wordt aangepakt. De woningcrisis, de 
stikstofcrisis, de mobiliteitscrisis — het zijn geen afzonderlijke 
dossiers, maar symptomen van dezelfde weigering om grenzen te erkennen. 
Nederland wil alles tegelijk zijn: woonland, productieland, 
distributieland, natuurgebied, vrijetijdsparadijs. Dat dit ruimtelijk 
onmogelijk is, wordt weggepoetst met technologische beloften en 
rekenkundige trucs.

En zo raakt het land vol, niet van mensen, maar van claims. Elke groep 
heeft recht, elke sector noodzaak, elke vraag urgentie. Wat ontbreekt is 
een hiërarchie van waarden. Alles is belangrijk, dus niets is 
essentieel. De leegte die ontstaat is moreel: een gebrek aan keuze.

Deze morele leegte vertaalt zich naar het dagelijks leven. Stilte is 
zeldzaam. Duisternis wordt bestreden. Natuur is aangelegd en 
gecontroleerd. Zelfs eenzaamheid wordt geprogrammeerd in agenda’s en 
zelfhulpboeken. Het land duldt geen vacuüm, maar produceert er een op 
een dieper niveau.

Nederlanders zijn mobieler dan ooit, maar voelen zich zelden ergens 
thuis. Ze verhuizen, pendelen, optimaliseren hun leven, maar verliezen 
het gevoel van plaats. Het idee dat een omgeving je kan vormen, dat zij 
iets van je vraagt, is vervangen door het idee dat alles aanpasbaar is 
aan het individu. Het land moet flexibel zijn, net als de mens.

Maar een land dat zich voortdurend aanpast, verliest zijn vorm. En een 
mens zonder vorm raakt leeg.

De tragiek is dat deze leegte vaak wordt verward met vrijheid. Dat het 
ontbreken van grenzen wordt gevierd als openheid. Maar openheid zonder 
richting is desoriëntatie. Vrijheid zonder context is isolatie. 
Nederland is geen open land meer, maar een land zonder binnenkant.

Overbevolking wordt in dat licht een geestelijke toestand. Niet het 
aantal mensen is het probleem, maar het ontbreken van een gedeeld idee 
over wat samenleven betekent. Zonder dat idee wordt elke nieuwe bewoner 
een extra belasting, elke extra woning een verstoring, elke nieuwe 
ontwikkeling een aantasting. Niet omdat er te veel mensen zijn, maar 
omdat er te weinig betekenis is om hen te dragen.

Wat rest is een land dat alles kan, maar niets durft. Dat vol is tot de 
rand, maar leeg aan visie. Dat zichzelf heeft geoptimaliseerd tot 
onherkenbaarheid.

Nederland is geen mislukt land. Het is een land dat zijn eigen grenzen 
is vergeten. En een land zonder grenzen raakt niet alleen vol — het 
raakt uitgehold.

Dat is de ware leegte waarin Nederland vandaag leeft.


More information about the D66 mailing list