[D66] Informateur Letschert: De esthetiek van stilstand

René Oudeweg roudeweg at gmail.com
Mon Jan 5 19:36:32 CET 2026


[volgende!]


  De informateur: De esthetiek van stilstand

De doodse stilte rond de formatie is tekenend voor hoe de Nederlandse 
politiek democratische macht uit de handen glipt. Informateur Rianne 
Letschert (D66) presenteert zich als ijskoude buitenstaander met een 
‘neutrale rol', maar in werkelijkheid is ze het perfecte gezicht van een 
systeem dat politieke verantwoordelijkheid ontwijkt. Niet voor niets 
kiest men *‘mensen met afstand tot de dagelijkse politiek’* als 
informateur – in de praktijk betekent dit een ervaren bestuurder of 
academicus die achter gesloten deuren het debat in de kiem smoort. Zo 
wordt een universiteitsvoorzitter als Letschert – geprezen om haar 
indrukwekkende cv maar zelf bekennend duidelijk méér afstand hebbend tot 
Haagse politiek dan haar voorganger Buma – aangewezen om de onhoudbare 
politieke patstelling “op te lossen”. De ironie druipt ervan af: 
Democraten ’66, ooit opgericht om de bestuurscultuur te openen, schuift 
nu een academische dame aan om de rug naar het publiek toe te keren.


    Letschert: academische buitenstaander

Letschert is inderdaad verre van een door de kiezer gekozen bestuurder. 
Haar loopbaan leest als een carrièregids: Tilburgse hoogleraar, jongste 
rector magnificus, Topvrouw 2019, met zelfs een aanstelling voor 
minister Onderwijs in 2021 die ze – gezin en universiteit voorop – 
beleefd afsloeg. In Den Haag was ze tot voor kort onbekend terrein (in 
2018 was haar enige politieke ervaring het formateurschap op 
Maastricht-niveau). Volgens eigen zeggen is dat *juist een voordeel*: 
haar “afstand van de Haagse politiek” zou haar geloofwaardig als 
buitenstaander maken. Zelfs D66-kopstuk Bontenbal loofde haar cv als 
bewijs dat zij “dingen goed kan regelen”. Critici werpen echter tegen 
dat ze lid is van de denkfabriek VoorOnsNederland – een clubje matigende 
ex-politici tegen “populistische trucs” – wat haar *zéker niet neutraal* 
maakt. Zij wuift dat weg en herhaalt dat ze als informateur “een 
neutrale rol” vervult, maar hoe neutraal kun je zijn als je aan de 
touwtjes trekt voor D66 en waarschijn­lijk VVD en CDA?

Zo belichaamt Letschert de informateur-strategie: de illusie van 
onpartijdigheid terwijl politieke keuzes al zijn voorgekookt. 
Parlement.com beschrijft precies deze tendens: een informateur wordt 
vaak gekozen uit *oude politici of buitenstaanders*, iemand met afstand 
tot het roer. De boodschappers zijn geen gekozen politici, maar 
doorzichtig geprepareerde professionals of voormalige bewindslieden. 
Letschert past in dat plaatje – een buitenstaander die doet alsof zij 
geen eigen agenda heeft.


    Het neutrale masker

Bij haar eerste persconferentie liet Letschert geen twijfel: “*Ik sta 
hier als informateur en dat betekent dat ik een neutrale rol heb*,” 
herhaalde ze. Ze zal het proces leiden zonder /eigen/ politieke 
voorkeuren op te leggen – zo wordt de mythe van objectiviteit in stand 
gehouden.  Toch zingt haar neutraliteitsbeloftes de waarheid niet recht. 
Net als voorgangers schuift ze de verantwoordelijkheid voor 
/inhoudelijke beslissingen/ af op de partijen: “Ik zit hier niet als 
iemand met een bepaalde partijpolitieke overtuiging. Ik zit hier met de 
opdracht […] een ambitieus programma te maken om een aantal grote 
maatschappelijke vraagstukken op te lossen,” zei haar 
collega-informateur Wijers niet lang geleden. Met andere woorden: de 
informateur creëert de schijn dat er een slagvaardig plan komt, terwijl 
hij in feite slechts de dans begeleidt.

Zijn eigen woorden illustreren het spel: “Ik ben nu informateur. Wij 
moeten een proces begeleiden… en uiteindelijk /moet/ de politiek 
verantwoordelijke [dat plan] nemen.” Hij benadrukte dat /zijn/ 
persoonlijke mening “niet meer belangrijk is dan die van de meer dan 10 
miljoen mensen” die stemden. Zulke uitspraken zijn dubieus. Is de 
neutrale informateur werkelijk slechts een luidspreker van het volk, of 
juist een regisseur achter de schermen? Het antwoord is pijnlijk 
duidelijk: door zichzelf als onpartijdig procesmanager neer te zetten, 
blijft de informateur buiten iedere democratische verantwoording.

Letschert prees in 2012 zelf haar integriteit en verklaarde: “*Ik speel 
gewoon niet mee* [met Haagse spelletjes]”. Nu staat ze in de frontlinie 
van het machtsspel dat zij destijds verfoeide. Haar belofte om scherp op 
inhoud te zijn én te investeren in relaties, klinkt vernederend voor 
ieder contentloos compromis dat nu wacht. Neem haar woorden over het 
“actief gesprekken voeren met iedereen”: ze verzekerde de pers dat, 
mocht JA21 willen aansluiten, *haar deur openstaat*. Dat lijkt 
democratisch, maar het is vooral praktisch: iedereen moet meedoen aan de 
consensusdemo, of anders *niet aan tafel komen*. Hiermee brengt ze 
precies naar voren wie wél mógen participeren, en dus wie /niet/ de 
facto heeft mee mogen denken: de kiezer blijft buitengesloten.


    Achter gesloten deuren

De kern van Letscherts rol ligt in haar verborgenheid. Nederland staat 
bekend om zijn gesloten bestuurscultuur – juist in kabinetsformaties is 
de dynamiek het minst transparant. Simon Otjes wijst erop dat terwijl in 
andere landen de formatie open communiceert, in Nederland alles gebeurt 
“in absolute radiostilte”. Geen persconferentie, geen livestream – 
/alles/ gaat via spotgoedkope WhatsApp-groepjes. De informateur fungeert 
als poortwachter: ze stelt de agenda op, ze ordent de meningen, en zij 
krijgt bewerkte notities van fractieleiders. D66 opereert hiermee in 
schrijnend contrast met zijn eigen idealen: juist /Democraten ’66/ 
eisten in de jaren zestig juist *open bestuur* en debat voor elke 
belangrijke beslissing.

De misleidende stoet van procedures neutraliseert de inhoud. De VVD, D66 
en CDA praten straks over een “positief akkoord” dat hun eigen leiders 
hebben klaargestoomd. We horen termen als ‘stabiel kabinet’ en 
‘gezamenlijke punten’ – taal waarmee ieder potentieel conflict wordt 
weggemasseerd. Ondertussen schuift Letschert de hete hangijzers voor 
zich uit. Ze moet zich binnen vier weken bezighouden met stikstof, 
wonen, klimaat, defensie…, allemaal urgente kwesties waarvan de kiezers 
concrete antwoorden verlangden. Maar zo’n proces draait niet om 
principiële keuzes: “het gaat erom dat wij komen tot een stuk dat 
perspectieven biedt op het oplossen van de grote vraagstukken van dit 
land,” aldus Wijers. Met zulke woorden framet de informateur haar werk 
als een abstracte zoektocht naar “aansluitpunten” – tot het frisse 
inhoudsdebat dood is.

Wie vragen stelt, wordt gerustgesteld met neutrale clichés. Toen Wijers 
erop werd gewezen dat hij een eigen voorkeur had laten doorschemeren 
(“geen voorstander van centrumrechts”), wimpelde hij dat af: “Ik ben 
informateur… In die zin is mijn mening niet meer belangrijk dan die van 
de kiezer”. Met andere woorden: besef dat iedere onfrisse hint of leugen 
die namens D66 of VVD klinkt, nog geen officiële koers is. En ook 
Letschert herhaalt braaf dat ze /niet/ gaat zeggen wat ze van het 
huidige klimaat vindt. Haar enige voetnoot is: “Ik heb enorm respect 
voor alle politici, van welke ideologie ze ook zijn”. Deze 
demoralisering laat zien wat er werkelijk van democratische toets wordt 
genomen: het inhoudelijke debat zwijgt, de vorm overheerst.


    Depolitisering en democratische erosie

Wat er overblijft is een procedure zonder substantie. De informateur 
haalt politiek terug tot een spel van zetels en wiskundige meerderheden. 
Laat de kiezer stemmen – wij laten ze de formatie uit elkaar houden. Wie 
de macht bekijkt, ziet hier geen gezag dat rekenschap afdwingt. Na 
afloop zal het kabinet, gevormd op basis van informeel overleg in 
besloten kamertjes, wel verkiezingsbeloften “implementeren” op papier, 
maar niets verzekeren qua legitimiteit. Juist de rollen omwisselen 
(zodat de informateur beslist en de partijen áchteraf verantwoording 
nemen) verbindt het gevolg van formatie niet aan de kiezerswens. De 
traditionele checks-and-balances die je in open systemen ziet, zijn bij 
ons afgeschaft in de naam van ‘consensus’ en ‘stabiele meerderheden’.

Letscherts rol verzwakt uiteindelijk de band tussen burger en beleid. In 
plaats van scherpe keuzes ontstaat een chemieloze mengelmoes van 
compromissen. Elke strijdbare nuance gaat verloren in de spindeweb van 
coalitievorming. Zo verdunt de informateur elke democratische impuls: 
/de toekomst van het land ligt niet in handen van kiezers of politici 
die rekenschap afleggen, maar in de schaduw van een 
systeemfunctionaris/. Wijers vatte het treffend samen: als informateur 
“ben ik niet één van de tien miljoen mensen… ik zit hier in een andere 
positie". Zo’n andere positie betekent dat de macht in ons parlement in 
handen blijft van de formatieclub achter gesloten deuren – en niet meer 
van volksvertegenwoordigers of publiek debat.

Elke politicus op het Binnenhof die straks “prachtige stappen” meldt en 
wéér wijst op die ‘stabiele agenda’, weet dat hij de inhoud 
depolitiseert. Alles wat Letschert voordraagt, kan gewoon uit de 
Communique’s van de partijen komen. Hun woordenschat vol ‘inclusiviteit’ 
en ‘agenda’s’ is zorgvuldig gecoördineerd, niet gekozen door de kiezer. 
De informateur is de architect van deze façade: als zij een akkoord 
presenteert, komt het neer op dit systematische drama – de gekookte 
ontwerpen van Haagse partitjes, voorgesteld als ónze gezamenlijke toekomst.

Laat Letschert straks dus triomfantelijk zeggen dat ze “een goede, harde 
bijdrage heeft geleverd” aan de formatie. In werkelijkheid draait ze mee 
aan de radertjes van een systeem dat politieke actie reduceert tot 
proceduren. De enige les die we hieruit halen, is dat wie macht zijn 
eigen filters meegeeft, geen democratie maar een toneelstuk creëert.

*Niet de informateur, maar het zieke systeem zelf moet ter 
verantwoording worden geroepen.* Dit is geen felle woorden zonder grond, 
maar een logische consequentie van de rol die Letschert vervult. Als 
informateur neutraliseert zij de echte keuzes terwijl ze goodwill oogst. 
Achter haar vriendelijke glimlach gaat een boodschap schuil: politieke 
verantwoordelijkheid wordt voortaan niet meer aan de kiezer uitgelegd, 
maar louter aan de machtstheorie van het Binnenhof. Nu is het moment om 
dit systeem onder het vergrootglas te leggen – voordat de schijnwereld 
van de procedure de laatste restjes democratische legitimiteit heeft 
opgeslokt.

*Bronnen:* Het proces van kabinetsformatie in Nederland verloopt nog 
altijd zeer geheimzinnig, in “absolute radiostilte”. Informatiesites als 
Parlement.com onderstrepen dat informateurs vaak buitenstaanders zijn 
met *afstand tot de Haagse politiek*. Wijers en Buma hebben openlijk 
uitgelegd dat hun eigen mening “niet meer belangrijk is dan” die van 10 
miljoen kiezers. Letschert zelf noemt haar gebrek aan politieke Haagse 
ervaring een ‘voordeel’ en benadrukt haar neutraliteit. Dit essay 
betwijfelt of een systeem waarin zulke figuren de touwtjes in handen 
hebben, recht doet aan de democratie.

-------------- next part --------------
An HTML attachment was scrubbed...
URL: <http://www.tuxtown.net/pipermail/d66/attachments/20260105/6fdf6527/attachment-0001.html>


More information about the D66 mailing list