[D66] AI: Alleen nog een god kan ons redden

René Oudeweg roudeweg at gmail.com
Tue Dec 23 18:49:27 CET 2025


Een lezing door de chatbot van:

https://www.ditext.com/heidegger/interview.html



    Alleen nog een god kan ons redden (1966)


      Heideggers Spiegel-interview, gelezen van binnenuit

------------------------------------------------------------------------


    1. Het interview als filosofisch testament

Dat Heidegger het interview pas na zijn dood gepubliceerd wilde zien, is 
geen biografisch detail maar een filosofische daad. Het interview is 
opgezet als een *laatste positionering van het denken tegenover de 
tijd*. Heidegger zegt expliciet dat hij geen oplossingen wil aandragen:

    /“De filosofie zal geen onmiddellijke verandering in de huidige
    toestand van de wereld teweeg kunnen brengen.”/

Hier positioneert Heidegger het gesprek niet als politiek debat, maar 
als wat hij elders noemt /Besinnung/: bezinning op het wezen van de tijd 
waarin wij leven. Het interview fungeert als een drempeltekst tussen het 
klassieke werk (/Sein und Zeit/) en het late denken over techniek, taal 
en Ereignis.

------------------------------------------------------------------------


    2. 1933 en de vergissing van het historische moment

Heidegger erkent dat hij in 1933 sprak over de “grootheid” van het 
nieuwe begin:

    /“Ja, ook daarvan was ik overtuigd.”/

Maar hij voegt er onmiddellijk aan toe dat dit geen ideologische 
instemming was, maar een *verkeerde inschatting van een historische 
mogelijkheid*. Zijn beroemdste zelfinterpretatie luidt:

    /“Ik zag hierin de enige mogelijkheid.”/

Wat hier cruciaal is, is Heideggers begrip van geschiedenis. Voor hem is 
geschiedenis geen moreel toneel van juiste en foute keuzes, maar een 
gebeuren (/Geschick/) waarin mogelijkheden zich aandienen en weer 
sluiten. Zijn fout was, filosofisch gesproken, geen verkeerde intentie 
maar een *verwisseling van een technische machtsbeweging met een 
mogelijk begin van bezinning*.

Dat maakt zijn houding moreel problematisch, maar filosofisch consequent.

------------------------------------------------------------------------


    3. Techniek is geen instrument, maar een ontologische macht

Het hart van het interview ligt in Heideggers techniekbegrip. Hij wijst 
expliciet de instrumentele opvatting af:

    /“De moderne techniek is geen werktuig en heeft helemaal niets met
    werktuigen te maken.”/

Techniek is voor Heidegger een wijze waarop de werkelijkheid verschijnt. 
Alles wordt zichtbaar als wat functioneert, produceert en inzetbaar is. 
Daarom zegt hij de beruchte zin:

    /“Alles functioneert. Dat is juist het angstaanjagende.”/

Het probleem is dus niet dat techniek faalt, maar dat zij *te goed 
slaagt*. De wereld verschijnt uitsluitend nog als /Bestand/ — voorraad. 
Zelfs de mens wordt opgenomen in dit bestel:

    /“De ontworteling van de mens is reeds een feit.”/

Hier ligt Heideggers diepe actualiteit: de mens is niet langer het 
subject dat techniek beheerst, maar zelf *opgeroepen en uitgedaagd* door 
wat hij /Ge-stell/ noemt.

------------------------------------------------------------------------


    4. Politiek als schijnoplossing

Vanuit deze diagnose volgt Heideggers radicale politieke scepsis. Geen 
enkel politiek systeem vormt een wezenlijk antwoord:

    /“Ik ben er niet van overtuigd dat het de democratie is.”/

Dit is geen antidemocratische propaganda, maar een ontologische 
stelling: democratie, socialisme en kapitalisme *delen hetzelfde 
technische wereldbeeld*. Zij verschillen in organisatie, niet in 
grondhouding.

Daarom noemt Heidegger moderne politieke antwoorden “halfslachtig”:

    /“Omdat zij geen werkelijke confrontatie aangaan met het wezen van
    de techniek.”/

Politiek blijft steken in beheersing, regulering en optimalisering — 
precies de beweging die het probleem vormt.

------------------------------------------------------------------------


    5. “Alleen nog een god kan ons redden”

De beroemdste passage luidt:

    /“Alleen nog een god kan ons redden.”/

Heidegger bedoelt hiermee nadrukkelijk *geen theologische oplossing*. 
Dat blijkt uit wat hij onmiddellijk toevoegt:

    /“Wij kunnen hem niet voortbrengen door ons denken. Hoogstens kunnen
    wij een bereidheid tot wachten wekken.”/

“God” betekent hier: een andere wijze waarop betekenis verschijnt, een 
breuk met de technische ontbergingswijze van de wereld. Dat kan niet 
worden gepland, afgedwongen of georganiseerd.

Wat de mens wél kan doen, is:

    /“Door denken en dichten een bereidheid voorbereiden.”/

Hier wordt denken zelf een *waakzaamheid*, geen productiviteit.

------------------------------------------------------------------------


    6. Denken en dichten als niet-gewelddadige macht

Heidegger verbindt zijn denken expliciet met poëzie, vooral met 
Hölderlin. Over de huidige toestand zegt hij:

    /“Het ontwortelen van de mens is het einde, tenzij denken en dichten
    opnieuw hun niet-gewelddadige macht herwinnen.”/

Dat denken en dichten “niet-gewelddadig” zijn, betekent: zij *forceren 
niets*, zij laten zijn. Dit is het tegendeel van technische rationaliteit.

Daarom verklaart Heidegger ook:

    /“De filosofie is ten einde.”/

Niet omdat denken overbodig is geworden, maar omdat de klassieke 
metafysische vorm van denken niet langer toegang biedt tot het probleem.

------------------------------------------------------------------------


    7. Het einde van de filosofie en “een ander denken”

Wanneer /Der Spiegel/ vraagt wat de plaats van de filosofie is, 
antwoordt Heidegger provocerend:

    /“Cybernetica.”/

Maar hij voegt eraan toe dat dit niet het laatste woord is. Hij spreekt 
over:

    /“Een ander denken.”/

Dit denken:

  *

    geeft geen adviezen

  *

    formuleert geen programma’s

  *

    claimt geen autoriteit

Daarom zegt hij ook onomwonden tegen de journalisten:

    /“Ik kan u niet helpen.”/

Niet uit onwil, maar omdat hulp in de vorm van oplossingen zelf deel zou 
zijn van het probleem.

------------------------------------------------------------------------


    8. Slot: denken als trouw aan het onoplosbare

Het interview eindigt zonder hoop, maar ook zonder wanhoop. Heidegger 
weigert beide:

    /“Optimisme en pessimisme reiken hier niet ver genoeg.”/

Wat resteert, is trouw aan de vraag. Denken is geen activiteit naast 
handelen, maar een andere verhouding tot het zijn van de wereld.

Misschien is dat de diepste provocatie van dit interview: dat het ons 
niet oproept tot handelen, maar tot *ophouden met vanzelfsprekend handelen*

-------------- next part --------------
An HTML attachment was scrubbed...
URL: <http://www.tuxtown.net/pipermail/d66/attachments/20251223/bf625b18/attachment.html>


More information about the D66 mailing list