[D66] Ruben Brekelmans en de morele armoede van het nieuwe militarisme

René Oudeweg roudeweg at gmail.com
Sat Dec 20 21:17:58 CET 2025


Ruben Brekelmans en de morele armoede van het nieuwe militarisme

Ruben Brekelmans spreekt graag met de toon van iemand die het eindelijk 
begrepen heeft. De wereld is hard, zegt hij impliciet, en wie dat niet 
inziet is kinderachtig, naïef of gevaarlijk idealistisch. In zijn 
optreden zit de zelfverzekerdheid van iemand die denkt boven twijfel te 
zijn uitgestegen. Juist daarin schuilt het probleem: Brekelmans 
belichaamt een politieke houding waarin twijfel niet langer een deugd 
is, maar een tekortkoming.

Hij is het type politicus dat oorlog normaliseert zonder het woord ooit 
hardop te hoeven gebruiken. Hij spreekt over “weerbaarheid”, 
“opschaling” en “afschrikking”, termen die technisch en rationeel 
klinken, maar die één ding verhullen: de bereidheid om geweld 
structureel in te bouwen in het politieke denken. Niet als uiterste 
noodzaak, maar als uitgangspunt. Wie zo spreekt, heeft de grens al 
overschreden — niet militair, maar moreel.

Wat Brekelmans vooral mist, is tragisch besef. Oorlog is bij hem geen 
collectief falen van politiek, maar een natuurverschijnsel waarvoor je 
je moet verzekeren. Dat is geen realisme, dat is capitulatie. Het is de 
intellectuele overgave aan het idee dat de mens blijkbaar niet beter 
kan, en dat de taak van de staat dus vooral bestaat uit het 
perfectioneren van georganiseerd geweld. Dat is een schokkend lage lat 
voor beschaving.

In Brekelmans’ wereldbeeld zijn wapens concreet en sociale structuren 
vaag. Munitievoorraden zijn meetbaar, diplomatie is dat niet. Tanks 
geven zekerheid, zorg en onderwijs niet. Het gevolg is een groteske 
herdefinitie van veiligheid: een samenleving kan intern breken, maar 
zolang de krijgsmacht groeit, heet dat vooruitgang. Dat is geen visie, 
dat is technocratische kilte vermomd als leiderschap.

Zijn retoriek is bovendien doordrenkt van morele luiheid. 
Tegenstellingen worden versimpeld, vijanden verabsoluteerd, twijfel 
verdacht gemaakt. Wie vraagtekens zet bij de wapenkoorts, “snapt de 
wereld niet”. Wie wijst op escalatierisico’s, “kijkt weg”. Dit is geen 
debatcultuur; dit is disciplinering. Brekelmans gebruikt de dreiging van 
buiten om het denken van binnen te vernauwen.

En dan is er nog zijn favoriete wapen: urgentie. Alles moet snel, groots 
en onomkeerbaar. Defensie-uitgaven omhoog, Europese herbewapening 
versnellen, strategische keuzes vastnagelen. Urgentie is handig, want ze 
smoort reflectie. Ze maakt van politiek een logistiek vraagstuk en van 
democratie een tijdrovend obstakel. Dat past perfect bij een politicus 
die liever beheert dan bevraagt.

Brekelmans is daarmee geen oorlogshitser in klassieke zin. Hij is iets 
gevaarlijkers: een manager van permanente dreiging. Iemand voor wie 
conflict geen ramp is die voorkomen moet worden, maar een scenario 
waarvoor je moet optimaliseren. Dat denken holt niet alleen het 
vredesideaal uit, maar ook de democratische verbeelding. Want wie oorlog 
als normaal beschouwt, gaat vrede als uitzonderlijk zien — en dus als 
onderhandelbaar.

Laat er geen misverstand over bestaan: niet de persoon Ruben Brekelmans 
is het probleem, maar het type politicus dat hij vertegenwoordigt. Het 
type dat geschiedenis reduceert tot lesmateriaal voor betere bewapening, 
dat ethiek ondergeschikt maakt aan “strategisch realisme”, en dat angst 
verwart met volwassenheid. Dat type denken verdient geen podium, maar 
politieke afrekening.

Als Europa en Nederland een toekomst willen die meer is dan een 
gewapende wachtkamer, dan moet het Brekelmans-denken verdwijnen uit het 
centrum van de macht. Niet met geweld, niet met verbanning, maar met 
scherpe kritiek, democratische tegenmacht en een herwaardering van vrede 
als actieve politieke keuze. Want wie militarisering verkoopt als 
onvermijdelijk, heeft vooral laten zien hoe weinig hij nog gelooft in 
politiek zelf.


More information about the D66 mailing list