[D66] Het vredesproject voorbij: hoe de Europese Unie haar eigen raison d’être ondermijnde in Oekraïne

René Oudeweg roudeweg at gmail.com
Sat Dec 20 21:27:56 CET 2025


Het vredesproject voorbij: hoe de Europese Unie haar eigen raison d’être 
ondermijnde in Oekraïne

De Europese Unie presenteert zichzelf graag als het meest geslaagde 
vredesproject uit de moderne geschiedenis. Geboren uit de puinhopen van 
twee wereldoorlogen, was haar kernbelofte helder: het temmen van 
machtspolitiek door economische verwevenheid, diplomatieke 
terughoudendheid en institutionele rationaliteit. Juist tegen die 
achtergrond is de onvoorwaardelijke, militair gedreven steun aan 
Oekraïne niet slechts een beleidskeuze, maar een existentiële breuk. In 
haar roekeloze volharding heeft de EU haar eigen vredeslogica ingeruild 
voor een moralistische variant van machtspolitiek — en daarmee haar 
historische opdracht verraden.

Dat Rusland met de invasie van Oekraïne in 2022 het internationaal recht 
schond, staat buiten kijf. Maar de vraag die een vredesproject zichzelf 
moet stellen is niet wie moreel gelijk heeft, maar hoe geweld wordt 
beperkt, escalatie voorkomen en ruimte voor politieke oplossingen 
behouden. Juist op dat punt faalde de EU fundamenteel. In plaats van 
zich te positioneren als bemiddelende macht — een rol waarvoor zij door 
haar economische gewicht en diplomatieke traditie bij uitstek geschikt 
was — koos zij vrijwel onmiddellijk voor maximale identificatie met één 
strijdende partij, inclusief grootschalige wapenleveranties, 
trainingsmissies en escalatoire retoriek.

Daarmee beging de EU een klassieke fout: zij verwisselde normatieve 
verontwaardiging voor strategisch inzicht. Het idee dat steeds 
verdergaande militaire steun automatisch tot vrede zou leiden, berustte 
op wishful thinking. Het negeerde zowel de asymmetrie van belangen — 
voor Rusland is Oekraïne een existentieel veiligheidsvraagstuk, voor de 
EU niet — als de historische ervaring dat proxy-oorlogen zelden eindigen 
zoals hun architecten voorspellen. Door Oekraïne “door dik en dun” te 
steunen, zonder geloofwaardige diplomatieke uitwegen te ontwikkelen, 
verlengde de EU een vernietigende oorlog waarvan de menselijke en 
economische kosten vooral door Oekraïners zelf worden gedragen.

Erger nog: de EU handelde niet als een autonome vredesmacht, maar als 
een verlengstuk van een Atlantische veiligheidslogica waarin militaire 
afschrikking domineert. Daarmee bevestigde zij precies het beeld dat zij 
decennialang probeerde te ontkrachten: dat Europa geen geopolitieke 
actor met een eigen stem is, maar een normatief begeleidingskoor van 
Amerikaanse strategie. Een vredesproject dat zijn buitenlands beleid de 
facto outsource aan NAVO-dynamieken, ondergraaft zijn eigen 
geloofwaardigheid als civiele macht.

De gevolgen zijn inmiddels zichtbaar. Intern heeft de militarisering van 
het EU-discours geleid tot een normalisering van oorlogstaal, 
defensie-uitgaven en noodmaatregelen die haaks staan op het 
oorspronkelijke integratie-ethos. Extern heeft de EU haar rol als 
potentiële bemiddelaar verloren; wie partij kiest, kan geen 
scheidsrechter meer zijn. Voor landen in het Globale Zuiden — die de 
oorlog vaak zien door de lens van grootmachtconcurrentie — is de EU 
daarmee niet langer een geloofwaardige pleitbezorger van 
multilateralisme, maar een selectieve moralist.

Voorstanders van het huidige beleid werpen tegen dat niet-handelen 
gelijk zou staan aan appeasement. Maar dit is een valse tegenstelling. 
Diplomatie is geen capitulatie, en terughoudendheid is geen lafheid. 
Integendeel: het vergt politieke moed om te erkennen dat niet elk 
conflict militair kan worden “gewonnen”, en dat vrede vaak ontstaat via 
onvolmaakte compromissen. De EU had kunnen inzetten op een vroegtijdig 
staakt-het-vuren, veiligheidsarrangementen en een Europese conferentie 
over de post-Koude Oorlogse veiligheidsorde. Zij deed dat niet — en koos 
in plaats daarvan voor een moreel bevredigende, maar strategisch blinde 
koers.

Het tragische is dat de EU daarmee niet alleen faalde tegenover 
Oekraïne, maar ook tegenover zichzelf. Een vredesproject dat oorlog 
normaliseert zolang zij moreel gerechtvaardigd lijkt, verliest zijn 
onderscheidend vermogen. Wat resteert is geen Europa van vrede, maar een 
Europa dat zijn idealen ondergeschikt maakt aan de logica van escalatie. 
De vraag is niet langer of dit beleid succesvol was, maar of de EU nog 
bereid is haar eigen fundamenten kritisch te heroverwegen — voordat het 
vredesproject definitief tot historisch ornament verwordt.


More information about the D66 mailing list