[D66] Regeerakkoord zonder ziel
René Oudeweg
roudeweg at gmail.com
Mon Jan 26 06:44:16 CET 2026
Regeerakkoord zonder ziel
Het aanstaande liberale regeerakkoord kondigt zich aan als een tekst
zonder ziel, een document dat de historische ernst van zijn moment niet
eens probeert te dragen, laat staan te doordenken. In een tijd waarin de
geopolitieke orde zichtbaar desintegreert, waarin oorlog opnieuw een
structurerend principe van de internationale verhoudingen is geworden en
waarin ecologische en sociale breuklijnen elkaar versterken, kiest dit
liberalisme voor de meest onthullende vorm van vlucht: morele leegte
vermomd als bestuurlijke nuchterheid. Wat zich presenteert als
pragmatisme is in werkelijkheid een ideologisch vacuüm, zorgvuldig
bewaakt door D66 en de VVD, waarin elke vraag naar betekenis,
solidariteit of collectieve verantwoordelijkheid als hinderlijk
sentiment wordt weggezet.
Het individu staat in dit akkoord centraal, zo luidt de mantra, maar het
is een individu dat tot op het bot is uitgehold. Niet de burger, niet de
mens-in-relatie, niet het politieke subject dat zich verhoudt tot
anderen en tot de geschiedenis, maar het geatomiseerde, op zichzelf
teruggeworpen zelf dat uitsluitend nog telt als drager van economische
productiviteit en, in toenemende mate, als reserveonderdeel van een
veiligheids- en defensieapparaat. Vrijheid wordt hier niet begrepen als
het vermogen om samen vorm te geven aan een rechtvaardige samenleving,
maar als de plicht om permanent beschikbaar te zijn voor markt en staat,
flexibel genoeg om elke structurele mislukking als persoonlijke
tekortkoming te internaliseren.
Dit liberalisme kent geen mensbeeld meer, slechts een
functieomschrijving. Het ontkent systematisch dat individuen worden
gevormd door instituties, machtsverhoudingen en materiële
omstandigheden, en doet alsof verantwoordelijkheid los verkrijgbaar is
van macht. Wie faalt, faalt alleen. Wie niet mee kan, heeft zich
onvoldoende aangepast. En wie vragen stelt bij de richting waarin dit
alles beweegt, wordt weggezet als wereldvreemd of nostalgisch. Zo wordt
elke vorm van kritiek moreel gedelegitimeerd voordat zij inhoudelijk kan
worden gevoerd.
Tegen deze achtergrond is het veelzeggend dat geopolitieke instabiliteit
niet leidt tot diepere reflectie op de plaats van Nederland in de
wereld, op internationale solidariteit of op de structurele oorzaken van
conflict, maar tot een haastig opgevoerd discours van militarisering.
Defensie-uitgaven stijgen, weerbaarheid wordt het nieuwe deugdbegrip, en
geweldsvermogen fungeert als substituut voor politiek denken. Niet omdat
men gelooft in een doordachte veiligheidsstrategie, maar omdat het
makkelijker is tanks te kopen dan de fundamenten van een leeg
ideologisch huis onder ogen te zien. Militarisme wordt zo niet het
gevolg van een doordachte analyse van de wereld, maar het sluitstuk van
een falend liberalisme dat zichzelf alleen nog kan legitimeren door
dreiging.
D66 speelt hierin een bijzonder tragische rol. Ooit presenteerde deze
partij zich als drager van democratische vernieuwing, van intellectuele
nieuwsgierigheid, van het lef om bestaande machtsstructuren ter
discussie te stellen. Nu fungeert zij vooral als ethisch decorstuk bij
een politiek die elke inhoudelijke spanning vermijdt. In plaats van een
visie op democratie te ontwikkelen die bestand is tegen autoritaire
tendensen en economische concentratie van macht, beperkt D66 zich tot
procedurele rituelen en technocratische verbeteringen. Democratie wordt
gereduceerd tot een set spelregels, ontdaan van haar normatieve kern: de
vraag wie er daadwerkelijk gehoord wordt, en wie structureel wordt
uitgesloten.
De VVD, consistenter in haar wereldbeeld, hoeft zich niet eens voor te
doen als iets anders. Haar liberalisme is altijd al comfortabel geweest
met leegte, zolang die leegte maar ruimte laat voor accumulatie en
controle. Wat nieuw is, is de openlijke bereidheid om elke liberale
schijn van beschaving op te offeren zodra die de economische orde zou
kunnen verstoren. Rechtsstatelijkheid, persvrijheid, academische
onafhankelijkheid: ze tellen zolang ze geen obstakel vormen. Zodra ze
dat wel doen, worden ze hervertaald als inefficiënties, als naïeve luxe
in een harde wereld.
Samen bewaken D66 en de VVD een politiek universum waarin geen plaats
meer is voor de vraag naar het goede leven. Filosofie is verdacht,
geschiedenis is ballast, maatschappelijke theorie een hobby voor zij die
niet begrijpen hoe de wereld “werkt”. Maar wat hier als realisme wordt
verkocht, is in feite een radicale vorm van verbeeldingsarmoede. Men kan
zich niets anders meer voorstellen dan voortzetting van het bestaande,
zelfs wanneer dat bestaande zichtbaar faalt. Het is een politiek van
beheer zonder richting, van optimalisatie zonder doel.
Intussen wordt de samenleving steeds verder ontbonden. Collectieve
voorzieningen worden herleid tot vangnetten voor wie tijdelijk uitvalt,
niet tot fundamenten van gedeeld burgerschap. Solidariteit wordt
vervangen door conditionaliteit: hulp is mogelijk, mits men zich
voldoende conformeert. Zorg, onderwijs en huisvesting worden behandeld
als markten die hier en daar moeten worden bijgestuurd, nooit als
publieke goederen die uitdrukking geven aan een gezamenlijke morele
keuze. De staat trekt zich niet terug, zoals vaak wordt beweerd, maar
herpositioneert zich: streng, controlerend en moraliserend naar beneden,
dienstbaar en toegeeflijk naar boven.
Wat ontbreekt, is elk besef van tragedie. Elk groot politiek denken, van
Aristoteles tot Arendt, erkende dat samenleven onvermijdelijk
spanningen, offers en conflicten met zich meebrengt. Dat politiek niet
gaat over het uitwissen van tegenstellingen, maar over het dragen ervan.
In het huidige liberale discours is voor die volwassenheid geen plaats.
Problemen moeten oplosbaar zijn, beheersbaar, meetbaar. Wat zich daaraan
onttrekt, wordt ontkend of uitbesteed. Zo verdwijnt het politieke uit de
politiek zelf.
Het meest schrijnende is misschien wel de morele lafheid die dit alles
doordesemt. Men weet dat de ongelijkheid toeneemt. Men weet dat
permanente flexibilisering sociale verbanden uitholt. En toch kiest men
ervoor deze kennis niet te vertalen in politieke daadkracht, maar te
neutraliseren in taal. Alles is “complex”, alles vraagt “balans”, alles
moet “haalbaar” blijven. Dat deze voorzichtigheid in feite een keuze is
voor het behoud van bestaande machtsverhoudingen, wordt zorgvuldig verhuld.
Zo ontstaat een regeerakkoord dat niets durft te zeggen, maar des te
meer afdwingt. Een akkoord dat geen visie biedt, maar wel discipline
eist. Dat geen hoop formuleert, maar wel loyaliteit verwacht. Het is een
tekst die past bij een tijdperk waarin liberalisme zijn eigen beloften
heeft uitgeput, maar weigert dat onder ogen te zien. In plaats daarvan
klampt het zich vast aan het individu als laatste legitimatiebron: als
jij maar hard genoeg loopt, hoeft niemand te vragen waarheen.
Dit is geen onschuldige leegte. Het is een actief ontkennen van de
politieke en morele dimensies van onze tijd. Het weigeren om woorden te
geven aan wat er op het spel staat, is zelf een vorm van macht. En
precies daarin ligt de werkelijke dreiging van dit aanstaande akkoord:
niet in wat het expliciet besluit, maar in wat het structureel
onmogelijk maakt om nog te denken.
More information about the D66
mailing list