[D66] Het godsgeklaag in de massamedia over de “verwarde persoon”
René Oudeweg
roudeweg at gmail.com
Wed Jan 21 05:43:38 CET 2026
Volgens mij hangt dat van het politieke weerbericht af. NOS spreekt nog
altijd over 'verwarden', in haar morele luiheid en verontwaardigde
sensatiezucht kenmerkend van die laag-bij-de-grondse crimiverslaggevers
als L. Gevers en E. van den Berg. Bovendien als je 'psychotisch' bent
geweest dan pas je ineens ook weer niet in het hokje van neurodivers. Te
eng. Onder neurodivers bedoelen ze dan ook meestal ADHDers en autisten.
On 1/20/26 19:43, Bert Bakker via D66 wrote:
> De 'verwarde persoon' heet tegenwoordig toch een 'persoon met onbegrepen
> gedrag'. Of een 'neurodiverse' persoon?
>
> Op di 20 jan 2026 om 19:02 schreef René Oudeweg via D66 <d66 at tuxtown.net
> <mailto:d66 at tuxtown.net>>:
>
> De Liturgie van de Verontwaardiging
>
> Het is een vertrouwd ritueel geworden, even voorspelbaar als de
> seizoenen en even hol als hun metaforen: het godsgeklaag in de
> massamedia over de “verwarde persoon”. Telkens wanneer een incident
> zich
> aandient – bij voorkeur met sirenes, tape en een samenvatting die in
> zestig seconden past – wordt het koor aangeheven. Commentatoren
> slaan de
> handen ineen, presentatoren fronsen de wenkbrauwen met geoefende
> empathie, en opiniemakers trekken hun standaardwoordenboek open waarin
> “onbegrepen”, “ontregeld” en “tussen wal en schip gevallen” alfabetisch
> gerangschikt staan. Het publiek zucht mee, niet zozeer uit
> betrokkenheid
> als wel uit herkenning: dit verhaal kennen we, dit verhaal vraagt niets
> van ons behalve instemmend hoofdknikken.
>
> Wat men dan “bezorgdheid” noemt, is in werkelijkheid een esthetische
> pose. De verwarde persoon is in dit narratief geen mens van vlees en
> bloed, maar een dramaturgisch instrument, een katalysator voor morele
> verontwaardiging zonder consequenties. Hij of zij verschijnt in de
> media
> zoals de koorleider in een Griekse tragedie: niet om te handelen, maar
> om het onheil te duiden en tegelijk te neutraliseren. Door de verwarde
> persoon te benoemen, te rubriceren en te herhalen, wordt het
> ongerief op
> veilige afstand gehouden. Het is een taxonomie van ongemak, een manier
> om chaos te temmen met taal die pretendeert te begrijpen maar in feite
> slechts afbakent.
>
> De massamedia, altijd op zoek naar een verhaal dat zowel schokt als
> geruststelt, hebben deze figuur gretig omarmd. Want zie: hier is iemand
> die de maatschappelijke orde verstoort, maar die we tegelijk kunnen
> ontzien. Hij is geen boef, maar ook geen burger; geen vijand, maar ook
> geen medemens. Hij zweeft in een semantisch limbo waarin alles mogelijk
> is en niets verplicht. Door hem “verward” te noemen, wordt elke vraag
> naar oorzaken verdampt tot een mist van abstracties. Het woord
> functioneert als een spons: het zuigt complexiteit op en laat een
> schijnbaar droge oppervlakte achter waarop de kijker zich veilig kan
> bewegen.
>
> Het godsgeklaag zelf is een wonder van morele luiheid. Men roept om
> “meer zorg”, om “betere samenwerking”, om “signalen die gemist zijn”.
> Het zijn incantaties, geen voorstellen. Ze worden uitgesproken met de
> plechtigheid van een gebed en de effectiviteit ervan is navenant.
> Niemand hoeft te specificeren wat die zorg precies inhoudt, wie haar
> moet leveren, of wat ze mag kosten. Het volstaat om te betreuren.
> Treurnis is goedkoop, en in de mediale economie is goedkoop altijd
> aantrekkelijk.
>
> Wat vooral ontbreekt, is zelfreflectie. De media presenteren zich als
> waarnemers, als neutrale spiegels van de werkelijkheid, maar vergeten
> gemakshalve hun eigen rol in het creëren van het spektakel dat zij
> vervolgens betreuren. De verwarde persoon bestaat in het publieke
> bewustzijn vooral omdat hij zo gretig wordt opgevoerd. Elk incident
> wordt uitvergroot, losgezongen van context, herhaald tot het een
> archetype wordt. Zo ontstaat een karikatuur die men vervolgens ernstig
> neemt. Het is een perverse feedbacklus: de media produceren het beeld
> dat zij zeggen te analyseren.
>
> Er zit iets obscens in de manier waarop leed wordt verhandeld. De
> verwarde persoon wordt gefilmd, geciteerd, geparafraseerd, maar zelden
> gehoord. Zijn stem verschijnt hooguit als onbegrijpelijk gemompel, een
> exotisch geluid dat de ernst van de situatie moet onderstrepen. Men
> vraagt niet wat hij zegt, maar wat hij “doet”. Actie is immers
> verkoopbaar, betekenis niet. En wanneer de actie eenmaal heeft
> plaatsgevonden, kan men met een gerust hart overstappen op de analyse,
> die altijd achteraf komt en daarom nooit iets hoeft te veranderen.
>
> De eruditie van het godsgeklaag is selectief. Men haalt statistieken
> aan
> zonder ze te duiden, verwijst naar rapporten die niemand gelezen heeft,
> en strooit met vakjargon alsof het zout is: royaal, gedachteloos,
> vooral
> om smaak te suggereren. Het discours is doorspekt met termen uit de
> psychiatrie, maar ontdaan van hun klinische precisie. Diagnoses worden
> metaforen, behandelingen worden slogans. Zo ontstaat een
> pseudo-wetenschappelijkheid die autoriteit uitstraalt zonder
> verantwoordelijkheid te dragen.
>
> Ondertussen blijft het fundament onaangeroerd: een samenleving die
> systematisch moeite heeft met alles wat niet efficiënt, productief en
> voorspelbaar is. De verwarde persoon is de storing in het systeem, de
> ruis die niet kan worden weggefilterd zonder het hele signaal in vraag
> te stellen. En dat laatste is ondenkbaar. Dus kiest men voor
> symptoombestrijding op narratief niveau. Men praat over opvang, maar
> niet over uitsluiting; over zorg, maar niet over de voorwaarden
> waaronder iemand überhaupt als zorgwaardig wordt gezien.
>
> Het godsgeklaag is ook een manier om angst te sublimeren. De verwarde
> persoon fungeert als container voor alles wat men vreest: verlies van
> controle, kwetsbaarheid, de dunne lijn tussen normaliteit en waanzin.
> Door hem te externaliseren, door hem te plaatsen in een aparte
> categorie, kan men zichzelf geruststellen. Wij zijn niet zo. Wij zijn
> veilig. De media voeden deze geruststelling door telkens weer te
> benadrukken hoe uitzonderlijk het incident is, hoe zeldzaam, hoe
> tragisch. Tragiek is hier een schild: het maakt van structureel falen
> een noodlot.
>
> Er is een zekere ironie in het feit dat men spreekt over “onbegrepen
> gedrag” in een context die elk werkelijk begrip systematisch onmogelijk
> maakt. Begrip vergt tijd, nuance, en de bereidheid om
> tegenstrijdigheden
> te verdragen. Het massamediale format verdraagt geen van drieën. Het
> verlangt helderheid, tempo en een moraal aan het einde. Dus wordt
> begrip
> vervangen door empathische clichés, en complexiteit door soundbites.
> Wat
> overblijft, is een esthetiek van betrokkenheid zonder de last van
> betrokken zijn.
>
> Wie zich waagt aan kritiek op dit discours, loopt het risico zelf
> verdacht te worden. Want hoe durft men, in tijden van nood, te
> wijzen op
> de leegte van het klagen? Het godsgeklaag heeft een moreel pantser: het
> presenteert zich als vanzelfsprekend goed. Wie het bevraagt, lijkt kil,
> elitair, wereldvreemd. En toch is het juist deze kritiek die ontbreekt.
> Want zonder haar blijft men cirkelen in dezelfde retorische tredmolen,
> waarbij elke omwenteling meer slijtage veroorzaakt maar geen
> vooruitgang.
>
> De bitterheid die dit alles oproept, is geen cynisme maar vermoeidheid.
> Vermoeidheid over het telkens opnieuw moeten constateren dat woorden
> worden gebruikt om handelen te vermijden. Dat empathie wordt geëtaleerd
> als een accessoire, niet beoefend als een praktijk. Dat men liever
> spreekt over “verwarde personen” dan over een verwarde samenleving. De
> term zelf is een spiegel die men weigert te bekijken.
>
> Misschien is dat wel de kern van het probleem: het godsgeklaag is een
> vorm van zelfverdediging. Het beschermt tegen de ongemakkelijke vraag
> wat deze figuur over ons zegt. Over onze tolerantie, onze instituties,
> onze definitie van normaliteit. Door de verwarde persoon tot onderwerp
> van medelijden te maken, onttrekken we ons aan de mogelijkheid dat hij
> ook een aanklacht is. Tegen een wereld die steeds minder ruimte laat
> voor afwijking, traagheid en kwetsbaarheid.
>
> En zo blijft men klagen, met de ernst van een requiem en de lichtheid
> van een reclameblok. De camera draait, de expert knikt, de kijker
> zucht.
> Morgen een nieuw onderwerp, een nieuw godsgeklaag. De verwarde persoon
> verdwijnt weer in de marge, totdat hij opnieuw bruikbaar is. Het is een
> cyclus die zichzelf voedt en niemand verzadigt. Alleen de illusie van
> betrokkenheid blijft achter, als een lege kelk op een altaar waar
> allang
> geen god meer woont.
> _______________________________________________
> D66 mailing list
> D66 at tuxtown.net <mailto:D66 at tuxtown.net>
> http://www.tuxtown.net/mailman/listinfo/d66 <http://www.tuxtown.net/
> mailman/listinfo/d66>
>
>
> _______________________________________________
> D66 mailing list
> D66 at tuxtown.net
> http://www.tuxtown.net/mailman/listinfo/d66
More information about the D66
mailing list