[D66] JURIDISCHE AANKLACHT

René Oudeweg roudeweg at gmail.com
Mon Jan 19 06:16:44 CET 2026


JURIDISCHE AANKLACHT

Ondergetekende richt zich met deze aanklacht tegen de Nederlandse 
psychiatrie als systeem, als uitvoeringspraktijk en als 
geïnstitutionaliseerde machtsstructuur, alsmede tegen de toepassing en 
werking van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), en in 
het bijzonder tegen de rol van psychiaters daarin. Deze aanklacht ziet 
niet op incidenten, maar op structurele, stelselmatige en voorspelbare 
schendingen van fundamentele rechten, menselijke waardigheid en 
zorgvuldigheidsnormen.

Ten eerste: schending van de menselijke waardigheid

De Nederlandse psychiatrie maakt zich structureel schuldig aan 
ontmenselijking van personen die aan haar macht worden onderworpen. 
Zodra een individu wordt aangemerkt als “psychiatrisch patiënt” of 
“cliënt”, verliest diens stem haar gelijkwaardigheid. Communicatie wordt 
niet langer opgevat als betekenisvol menselijk handelen, maar herleid 
tot symptoomexpressie. Emoties worden gediagnosticeerd, grenzen 
geproblematiseerd, en verzet wordt pathologiseerd. Deze systematische 
reductie van persoon tot stoornis vormt een directe aantasting van de 
menselijke waardigheid, zoals beschermd onder nationale en 
internationale rechtsnormen.

Ten tweede: onrechtmatige toepassing van dwang

Dwangmaatregelen – waaronder gedwongen opname, gedwongen medicatie, 
separatie en bewegingsbeperking – worden binnen de psychiatrie niet 
toegepast als ultimum remedium, maar als regulier instrument. In strijd 
met beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit en noodzakelijkheid 
wordt dwang ingezet bij gebrek aan alternatieven die het systeem zelf 
heeft afgebroken. Het ontbreken van relationele zorg, tijd, continuïteit 
en vertrouwen wordt vervolgens aangevoerd als rechtvaardiging voor 
geweld. Dit is een cirkelredenering die leidt tot structureel onrecht.

Ten derde: misbruik van wettelijke bevoegdheden onder de Wvggz

De Wvggz wordt gepresenteerd als beschermingswet, maar functioneert in 
de praktijk als legitimering van dwang. Rechtsbescherming is grotendeels 
fictief. Procedures worden achteraf gevoerd, nadat vrijheidsbeperkende 
maatregelen reeds zijn uitgevoerd. Bezwaar en beroep hebben zelden 
schorsende werking en zijn voor betrokkenen vaak praktisch onuitvoerbaar 
door hun afhankelijke en opgesloten positie. De wet biedt het systeem 
juridische dekking, geen daadwerkelijke tegenmacht.

Ten vierde: structurele machtsmisbruik door psychiaters

Psychiaters bekleden binnen dit systeem een centrale en beslissende 
positie. Zij stellen diagnoses, formuleren risico-inschattingen, 
definiëren “ernstig nadeel” en initiëren dwangmaatregelen. Deze macht 
wordt uitgeoefend zonder voldoende tegenwicht en zonder effectieve 
aansprakelijkheid. Psychiaters presenteren hun handelen als neutraal en 
wetenschappelijk, maar onttrekken zich daarmee aan morele en juridische 
verantwoordelijkheid. Het beroep op richtlijnen en wetgeving fungeert 
als schild tegen kritiek, niet als waarborg voor rechtvaardigheid.

Ten vijfde: ontkenning van schade en traumatisering

Het systeem weigert structureel de schadelijke effecten van dwang te 
erkennen. Gedwongen opsluiting, isolatie en medicatie veroorzaken 
aantoonbare psychische schade en traumatisering. Desondanks worden deze 
gevolgen geminimaliseerd of afgedaan als noodzakelijk neveneffect. Er 
bestaat geen serieuze erkenning, laat staan herstelmechanisme, voor de 
door het systeem zelf veroorzaakte schade. Dit vormt een ernstige 
nalatigheid en een voortzetting van het onrecht.

Ten zesde: schending van het recht op lichamelijke integriteit

Gedwongen medicatie vormt een directe inbreuk op de lichamelijke 
integriteit. Weigering van medicatie wordt niet gerespecteerd als 
autonome keuze, maar geïnterpreteerd als ziekte-inzichtprobleem. Daarmee 
wordt toestemming vervangen door dwang en wordt het recht op 
zelfbeschikking systematisch uitgehold. De psychiatrie handelt hiermee 
in strijd met fundamentele rechtsbeginselen en medische ethiek.

Ten zevende: fictie van samenwerking en informed consent

Het systeem beroept zich op begrippen als “samenwerking” en “gedeelde 
besluitvorming”, terwijl tegelijkertijd dwang als structureel 
machtsmiddel wordt ingezet. Samenwerking onder dreiging van 
vrijheidsbeneming is juridisch en moreel ongeldig. Informed consent kan 
niet bestaan waar weigering leidt tot sanctie. Het gebruik van deze 
termen maskeert feitelijke onderwerping en misleidt zowel betrokkenen 
als de samenleving.

Ten achtste: institutionele zelfbescherming boven zorg

De praktijk toont aan dat het primaire doel van de psychiatrie niet 
herstel of welzijn is, maar risicobeheersing en juridische 
zelfbescherming. Professionals handelen defensief, gericht op het 
voorkomen van aansprakelijkheid en incidenten, niet op het dienen van de 
persoon. Hypothetische risico’s wegen zwaarder dan concrete schade. Dit 
leidt tot structurele overinterventie en repressie.

Ten negende: uitsluiting van effectieve tegenmacht

Interne kritiek wordt ontmoedigd, externe kritiek geneutraliseerd. 
Patiëntenvertrouwenspersonen, klachtencommissies en toetsingsmechanismen 
beschikken over onvoldoende macht om structurele misstanden te 
corrigeren. Het systeem controleert zichzelf en spreekt zichzelf vrij. 
Dit gebrek aan onafhankelijke tegenmacht maakt voortzetting van het 
onrecht onvermijdelijk.

Ten tiende: structurele schending van het zorgbegrip

Zorg veronderstelt relatie, vertrouwen, vrijwilligheid en 
gelijkwaardigheid. De Nederlandse psychiatrie vervangt deze kernwaarden 
door controle, dwang en hiërarchie. Wat resteert is geen zorg, maar 
beheersing. Het gebruik van het woord “zorg” voor deze praktijk is 
misleidend en verhullend.

Conclusie en eis

Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de Nederlandse 
psychiatrie en de toepassing van de Wvggz zich structureel schuldig 
maken aan schending van fundamentele rechten, misbruik van macht en het 
toebrengen van ernstige schade onder het mom van zorg. Psychiaters 
dragen hierin een persoonlijke en professionele verantwoordelijkheid die 
niet langer ontkend of gebagatelliseerd kan worden.

Deze aanklacht eist geen cosmetische hervormingen, maar een fundamentele 
herziening van het systeem, inclusief het drastisch terugdringen van 
dwang, het herdefiniëren van psychiatrische macht en het centraal 
stellen van menselijke waardigheid boven beheerslogica.

Zolang dwang het antwoord blijft, is elke claim op zorg juridisch, 
moreel en menselijk ongeldig.



René Oudeweg



More information about the D66 mailing list