[D66] “God denkt niet”
René Oudeweg
roudeweg at gmail.com
Thu Jan 15 18:14:42 CET 2026
“God denkt niet”
De uitspraak “God denkt niet”, toegeschreven aan Immanuel Kant, klinkt
op het eerste gehoor scherp en ontregelend. Zij lijkt God iets
fundamenteels te ontzeggen: bewustzijn, intentionaliteit, misschien
zelfs aanwezigheid. Toch is de provocatie minder polemisch dan zij
lijkt. Binnen Kants filosofie is deze uitspraak geen ontkenning van God,
maar een begrenzing van de menselijke verbeelding. Denken is bij Kant
geen neutrale activiteit; het is een strikt menselijke bezigheid,
gebonden aan tijd, categorieën en ervaring. Wij denken altijd binnen
structuren die ons voorafgaan, en alles wat wij denken verschijnt als
object binnen die structuren. God kan, volgens Kant, geen dergelijk
object zijn zonder gereduceerd te worden tot iets wereldlijks. Wanneer
Kant dus zegt dat God niet denkt, zegt hij in feite dat God niet
functioneert zoals een menselijk subject functioneert.
In die zin is de uitspraak vooral een afwijzing van antropomorfisme. God
is geen vergrote mens, geen kosmische geest die redeneert, twijfelt of
conclusies trekt. Denken, zoals wij het kennen, is een proces: het
verloopt in stappen, het veronderstelt gebrek aan kennis dat overwonnen
moet worden, en het beweegt zich van vraag naar antwoord. Een God die
denkt zoals wij denken, zou onderworpen zijn aan dezelfde beperkingen
als wij. Kant weigert dat beeld. God is bij hem geen zijnde tussen
andere zijnden, maar een idee van de rede, een grensbegrip dat ons
denken oriënteert zonder zelf gedacht te kunnen worden.
Mijn eigen godsbegrip sluit gedeeltelijk bij deze terughoudendheid aan,
maar verschuift het accent. Ook voor mij is God geen denkend subject in
menselijke zin. Ik kan mij geen God voorstellen die argumenteert of
reflecteert, alsof Hij tijd nodig heeft om tot inzicht te komen. Denken
veronderstelt immers afstand tot wat gedacht wordt. Juist die afstand
lijkt mij onverenigbaar met wat “God” zou kunnen betekenen. Als God
alomvattend is, dan staat Hij niet tegenover de werkelijkheid, maar valt
Hij ermee samen op een dieper niveau.
Toch aarzel ik bij de formulering “God denkt niet” wanneer die
suggereert dat God buiten elke verhouding tot betekenis zou staan. Dat
zou God reduceren tot een lege abstractie, een stil zwijgen zonder
inhoud. Ik begrijp God eerder als datgene wat voorafgaat aan elk
mogelijk denken: niet als een denker, maar als de grond waarin denken
überhaupt kan ontstaan. Denken is dan geen eigenschap van God, maar een
afgeleide manifestatie binnen de werkelijkheid die door God mogelijk
wordt gedragen.
In die zin is “denken” misschien eenvoudigweg een te klein woord. Het is
een woord dat temporeel is, procesmatig, en gebonden aan eindigheid. Wat
wij God noemen, onttrekt zich aan die voorwaarden. Niet omdat God minder
zou zijn dan een denkend wezen, maar omdat Hij daaraan voorafgaat. God
denkt niet zoals wij denken, omdat denken zelf al een beperkte vorm is
van iets fundamentelers: verstaanbaarheid, samenhang, betekenis. Waar
wij stap voor stap begrijpen, zou God niet begrijpen maar samenvallen
met dat wat begrijpelijk is.
Mijn repliek aan Kant zou daarom geen frontale tegenspraak zijn, maar
een verschuiving. Ik zou zeggen: Kant heeft gelijk dat God niet gedacht
mag worden als een subject binnen ons kenniskader. Maar misschien gaat
hij te ver wanneer hij God volledig buiten elke vorm van
intelligibiliteit plaatst. God is niet het object van kennis, maar ook
niet louter een regulatief idee zonder innerlijke volheid. God is eerder
dat waardoor kennis mogelijk is, zonder zelf gekend te worden zoals een
ding gekend wordt.
Wanneer Kant zegt “God denkt niet”, hoor ik daarin een noodzakelijke
waarschuwing: maak God niet menselijk. Mijn antwoord zou zijn dat de
omgekeerde waarschuwing even noodzakelijk is: maak God niet leeg. Tussen
een God die redeneert als wij en een God die verdwijnt in abstractie
ligt een smalle, maar betekenisvolle weg. Op die weg is God niet degene
die denkt, maar datgene wat altijd al aanwezig is vóór elk denken — als
grond, als mogelijkheid, als stille voorwaarde van betekenis zelf.
More information about the D66
mailing list