[D66] Waarom ik het minderheidskabinet Jetten niet erken

René Oudeweg roudeweg at gmail.com
Sat Jan 10 15:57:49 CET 2026


Waarom ik het minderheidskabinet Jetten niet erken

(over een Kamer die haar eigen legitimiteit heeft opgegeven)

Ik erken het minderheidskabinet Jetten niet, niet om wat het doet, maar 
om waaruit het voortkomt. Mijn weigering begint niet bij beleid, niet 
bij stijl, niet bij intenties. Zij begint bij de Tweede Kamer. Een 
parlement dat zijn legitimiteit heeft verloren door een bewuste draai 
naar machtsrealisme kan geen gezag meer voortbrengen. En een kabinet dat 
uit zo’n parlement voortkomt, hoe correct de procedure ook oogt, 
ontbeert noodzakelijkerwijs erkenning.

Dat is geen retorische provocatie. Het is een normatieve conclusie.

Legitimiteit is geen optelsom van zetels

De Tweede Kamer heeft zichzelf gereduceerd tot een machtsmachine. Zij 
functioneert nog, maar zij vertegenwoordigt niet meer. Dat onderscheid 
is cruciaal. Vertegenwoordiging veronderstelt dat macht wordt 
uitgeoefend binnen een normatief kader dat niet ter discussie staat 
zodra het lastig wordt. Dat kader heet de rechtsstaat. Niet als slogan, 
maar als begrenzing.

Die begrenzing is losgelaten. Niet incidenteel, maar structureel. 
Rechtsprincipes worden in de Kamer niet langer behandeld als voorwaarden 
van gezag, maar als variabelen in een onderhandelingsspel. Wat “werkt” 
krijgt voorrang op wat rechtmatig is. Wat uitvoerbaar lijkt, weegt 
zwaarder dan wat principieel houdbaar is. Dat is geen pragmatisme meer; 
dat is machtsrealisme.

Een parlement dat deze keuze maakt, kan zich niet langer beroepen op 
legitimiteit. Het beheert macht, maar het belichaamt geen recht.

De draai naar machtsrealisme

Machtsrealisme klinkt volwassen. Het suggereert nuchterheid, 
verantwoordelijkheid, bestuurlijke rijpheid. In werkelijkheid is het de 
ideologie van de onbegrensde macht. Het stelt dat omstandigheden 
bepalend zijn voor normen, niet andersom. Dat noodzaak het laatste 
argument is. Dat de vraag “mag dit?” ondergeschikt is aan de vraag 
“kunnen we dit verkopen?”

De Tweede Kamer heeft deze taal geïnternaliseerd. Zij spreekt niet meer 
over grenzen, maar over ruimte. Niet meer over beginselen, maar over 
afwegingen. Niet meer over recht, maar over “het geheel der belangen”. 
Daarmee heeft zij haar eigen rol herdefinieerd: niet langer als hoeder 
van de rechtsstaat, maar als manager van politieke haalbaarheid.

Op dat moment verliest een parlement zijn morele bestaansrecht. Want een 
parlement dat macht optimaliseert in plaats van begrenst, verschilt 
principieel niet meer van elk ander bestuursorgaan.

Wat volgt uit verlies van legitimiteit

Wanneer een parlement zijn legitimiteit verliest, is dat geen abstract 
probleem. Het heeft directe consequenties. Legitimiteit is niet 
overdraagbaar wanneer zij ontbreekt. Een regering ontleent haar gezag 
niet alleen aan procedures, maar aan de normatieve kwaliteit van het 
orgaan dat haar draagt.

Een minderheidskabinet onder leiding van Rob Jetten zou regeren bij 
gratie van een Kamer die zichzelf heeft losgemaakt van rechtsprincipes. 
Dat maakt zo’n kabinet niet per definitie slecht, maar wel per definitie 
niet-legitiem. Het staat op een fundament dat al is weggeroest.

Men kan zeggen: de regels zijn gevolgd. Dat klopt. Maar regels zonder 
normatieve bedding zijn leeg. Procedurele correctheid kan geen moreel 
tekort compenseren. Wie dat beweert, verwart legaliteit met legitimiteit.

Minderheidskabinet als symptoom, niet als oplossing

Het minderheidskabinet wordt gepresenteerd als een antwoord op politieke 
fragmentatie, als een teken van flexibiliteit en bestuurlijke 
volwassenheid. Ik zie iets anders. Ik zie een symptoom van een parlement 
dat geen normatieve samenhang meer kent, maar slechts wisselende 
machtscoalities.

In zo’n context wordt een minderheidskabinet geen instrument van 
democratische verfijning, maar een noodconstructie. Het bestuurt van 
dossier tot dossier, van steun tot steun, zonder vaste normatieve koers. 
Dat maakt het afhankelijk van precies dat machtsrealisme waarin de Kamer 
al is weggegleden.

Een kabinet dat zo opereert, kan zich niet beroepen op een stabiel 
mandaat, noch op een principieel kader. Het regeert, maar het 
vertegenwoordigt niets anders dan zijn eigen voortbestaan.

Mijn weigering richt zich op de bron

Daarom erken ik dit kabinet niet. Niet omdat het minderheid is. Niet 
omdat het door Jetten wordt geleid. Maar omdat het voortkomt uit een 
Tweede Kamer die haar legitimiteit heeft opgeofferd aan bestuurlijke 
efficiëntie en politieke haalbaarheid.

Mijn weigering is geen persoonlijke aanval, geen ideologische 
afrekening. Zij is gericht op de bron van gezag. Ik kan geen erkenning 
verlenen aan macht die is afgeleid van een instituut dat zichzelf 
normatief heeft uitgehold.

Wie zegt: “Maar wat is het alternatief?”, mist het punt. Erkenning is 
geen instrumenteel middel om betere uitkomsten te forceren. Het is een 
moreel oordeel. En dat oordeel kan negatief zijn, ook wanneer het 
ongemakkelijk is.

Democratie zonder grens is geen democratie

Wat mij wordt gevraagd, impliciet of expliciet, is om door te gaan. Om 
te accepteren dat democratie vooral betekent dat het systeem blijft 
draaien. Dat besluiten worden genomen. Dat er geregeerd wordt. Maar 
democratie zonder grenzen is geen democratie. Het is georganiseerde macht.

De Tweede Kamer had de taak om die grenzen te bewaken. Zij heeft ervoor 
gekozen dat niet meer te doen. Zij heeft recht ingeruild voor realisme. 
Beginselen voor beheersbaarheid. Daarmee heeft zij zichzelf buiten spel 
gezet als bron van legitimiteit.

Erkenning weigeren als laatste consequentie

Mijn weigering om het minderheidskabinet Jetten te erkennen is daarom 
geen theatrale daad. Het is de laatste consequente stap in een 
redenering die bij de Kamer begint. Erkenning is geen loyaliteit aan 
instituties als zodanig, maar aan de normen die hen rechtvaardigen.

Zolang de Tweede Kamer haar draai naar machtsrealisme niet 
herroept—zolang zij recht blijft behandelen als instrument en niet als 
grens—kan geen enkel kabinet dat uit haar voortkomt aanspraak maken op 
mijn erkenning.

Niet uit onwil. Niet uit cynisme. Maar omdat gezag dat zijn bron 
verliest, geen gezag meer is. En omdat democratie alleen bestaat zolang 
iemand bereid is dat onderscheid hardop te blijven maken.


More information about the D66 mailing list