[D66] Bestuur als Karikatuur
René Oudeweg
roudeweg at gmail.com
Mon Jan 5 19:08:21 CET 2026
Bestuur als Karikatuur
De Nederlandse staat is geen slachtoffer van omstandigheden, maar van
haar eigen vertegenwoordigers. Zij is niet “onder druk komen te staan”,
zij heeft zich actief laten reduceren tot een verlengstuk van de
Amerikaanse agenda. Dat proces had gezichten. Het had namen.
Neem Mark Rutte: twaalf jaar glimlachende leegte, bestuurlijke amnesie
verheven tot leiderschapsstijl. De man die niets wist, niets herinnerde
en nergens verantwoordelijk voor was, maar alles mocht blijven doen.
Onder zijn premierschap werd de staat ontmanteld zonder dat iemand het
woord durfde te gebruiken. Soevereiniteit werd ingeruild voor
“betrouwbaarheid als bondgenoot”, democratische controle voor
“pragmatisme”. Rutte regeerde niet; hij suste. En terwijl hij suste,
gleed de macht weg — richting NAVO, richting Washington, richting de markt.
Sigrid Kaag speelde ondertussen de morele elite: hoogdravende taal, lege
inhoud. Haar internationalisme was geen visie, maar een esthetiek. De
wereld als conferentieruimte, Nederland als keurige leerling. Wat zij
“rechtsstatelijkheid” noemde, bleek vooral een diep wantrouwen tegenover
de eigen bevolking. Verkiezingsuitslagen die niet bevielen werden
hervertaald tot “zorgelijke signalen”. Democratie mocht bestaan, zolang
zij het juiste antwoord gaf.
Wopke Hoekstra was de personificatie van bestuurlijke middelmaat met
pretenties. Eerst financiën, toen buitenland, altijd onderweg, nooit
aanwezig. Een man die sprak over “leiderschap” terwijl hij zijn beleid
afstemde op spreadsheets en bondgenoten die hij niet durfde tegen te
spreken. Zijn patriottisme eindigde steevast bij de eerstvolgende
internationale vergadering.
En laten we het theater van de oppositie niet sparen. Geert Wilders, al
twintig jaar professioneel verontwaardigd, functioneert als
bliksemafleider voor het systeem dat hij zegt te bestrijden. Zijn
permanente schreeuw maakt inhoud overbodig en verandering onmogelijk.
Hij kanaliseert woede, maar laat haar nergens landen. Het resultaat: een
boze achterban die stemt, maar nooit regeert — precies zoals het systeem
het hebben wil.
Het parlement, bevolkt door dit gezelschap, is geen machtscentrum meer
maar een simulatie ervan. Kamerleden twitteren, interrumperen,
verontwaardigen zich — en stemmen vervolgens braaf mee met beleid dat
zij “problematisch” noemen. Niemand gelooft nog in meerderheden, zelfs
de meerderheden zelf niet. Coalities worden geboren uit angst, niet uit
overtuiging. Regeringen bestaan bij gratie van uitruil en uitstel, niet
van richting.
De Nederlandse staat beroept zich op legitimiteit, maar die legitimiteit
is performatief geworden: zij bestaat omdat zij wordt uitgesproken, niet
omdat zij wordt ervaren. Burgers worden aangesproken als risico’s, als
datasets, als correctieposten. Nooit als bron van gezag. De staat
vertrouwt hen niet, en zij vertrouwen de staat niet — een perfecte
patstelling, beheerd door managers die dit “complex” noemen en
vervolgens niets oplossen.
Wat resteert is een politieke orde die zichzelf in stand houdt door
inertie. Te leeg om te verdedigen, te comfortabel om te verlaten. Een
land dat zich graag moreel superieur waant, maar structureel onmachtig
is. Dat spreekt over waarden, maar handelt uit volgzaamheid. Dat
verkiezingen organiseert, maar macht ontwijkt.
Dit is geen crisis. Dit is het eindstadium van bestuurlijk zelfbedrog.
En wie dat benoemt, wordt inderdaad bitter. Maar bitterheid is hier geen
emotie — het is een diagnose.
More information about the D66
mailing list