[D66] Geen koehandel met Jetten: stop de leugens over vooruitgang

René Oudeweg roudeweg at gmail.com
Tue Feb 3 08:53:24 CET 2026


Het Morele Bankroet Van Vooruitgang Als Ruilmiddel

Er zijn momenten waarop politieke fatsoensnormen niet buigzaam maar 
breekbaar zijn. Momenten waarop onderhandelen geen volwassenheid meer 
is, maar capitulatie. De gedachte dat de oppositie zich zou inlaten met 
koehandel rond een kabinet waarin Rob Jetten 1 figureert, behoort tot 
die categorie. Niet omdat compromis op zichzelf verdacht is, maar omdat 
niet elk compromis moreel neutraal is. Sommige ruilen ondermijnen het 
discours zelf waarin democratische meningsvorming überhaupt mogelijk is. 
Met Jetten is dat punt bereikt: meeregeren met zijn 
vooruitgangsideologie betekent meedoen aan een georganiseerde ontkenning 
van verval.

Dat Jetten beter zou vertrekken voordat hij aantreedt, is geen 
persoonlijke animositeit maar een structureel oordeel. Hij belichaamt 
een politieke stijl die vooruitgang niet meer begrijpt als normatief 
project, maar gebruikt als retorisch scherm. In zijn vocabulaire is 
vooruitgang een vanzelfsprekende beweging, een moreel automatisme dat 
elke tegenwerping neutraliseert nog voordat zij is uitgesproken. Wie 
zich daartegen verzet, wordt niet inhoudelijk weerlegd, maar moreel 
buitenspel gezet. In zo’n context is koehandel geen pragmatisme, maar 
medeplichtigheid.

De kern van het probleem is niet Jetten als individu, maar Jetten als 
symptoom. Hij staat voor een generatie bestuurders die is opgegroeid in 
een post-ideologische leegte en die leegte heeft opgevuld met 
managementtaal en moreel optimisme. Vooruitgang is daarbij geen 
richting, maar een sfeer. Zij hangt als een deodorant over beleid dat 
fundamenteel geen antwoord heeft op de vraag wat er verloren gaat. Dat 
maakt elke vorm van onderhandeling pervers: men ruilt concrete 
concessies tegen abstracte beloftes die zich aan toetsing onttrekken.

De oppositie die denkt via koehandel invloed te kunnen uitoefenen op 
zo’n project, vergist zich in de aard ervan. Vooruitgangsideologie laat 
zich niet corrigeren aan de randen; zij slokt kritiek op en herverpakt 
haar als bewijs van dynamiek. Elke concessie wordt een “stap vooruit”, 
elke waarschuwing een “zorg die we meenemen”. Zo wordt tegenmacht 
gereduceerd tot decor. Wie daarin meegaat, legitimeert een discours dat 
bij voorbaat ongevoelig is voor de ervaring van achteruitgang die grote 
delen van de bevolking dagelijks ondervinden.

Die ervaring is inmiddels te breed en te diep om nog als incident te 
worden afgedaan. Mensen zien hun leefomgeving verschralen, hun werk 
flexibiliseren tot onzekerheid, hun publieke voorzieningen 
verschrompelen tot loketten en algoritmen. Zij ervaren dat hun wereld 
niet robuuster maar brozer wordt, niet menselijker maar technischer. 
Wanneer zij dat benoemen, krijgen zij geen antwoord, maar een uitleg 
waarom dit allemaal noodzakelijk is op weg naar iets beters. Dat 
“betere” blijft consequent buiten beeld.

Hier raakt de vooruitgangsideologie aan haar meest problematische kant: 
zij ontneemt het volk het vocabulaire om verval te benoemen. 
Achteruitgang mag niet bestaan, dus wordt zij hernoemd tot transitie, 
frictie of tijdelijke disbalans. Politiek wordt zo een taalspel waarin 
de werkelijkheid systematisch wordt herschreven om binnen het 
optimistische frame te passen. Dat is geen onschuldige semantiek, maar 
een vorm van macht. Wie de woorden beheerst, bepaalt wat zichtbaar mag zijn.

Jetten excelleert in dit spel. Hij spreekt met het enthousiasme van 
iemand die oprecht gelooft dat beweging per definitie verbetering is. 
Maar juist die oprechtheid maakt hem gevaarlijk. Want zij sluit 
zelfkritiek uit. Wie werkelijk gelooft dat hij aan de juiste kant van de 
geschiedenis staat, hoeft niet meer te luisteren naar wie struikelt 
langs de weg. Dat verklaart de lichtheid waarmee structurele problemen 
worden behandeld: klimaat als spreadsheet, samenleving als systeem, mens 
als aanpasbare factor.

In zo’n context is het idee van eerlijke onderhandelingen een illusie. 
Koehandel veronderstelt dat beide partijen hetzelfde verstaan onder 
winst en verlies. Maar hoe onderhandel je met iemand voor wie verlies 
per definitie niet bestaat, omdat alles onderdeel is van vooruitgang? 
Elke concessie aan de oppositie kan worden geabsorbeerd in het narratief 
dat men samen vooruitgaat. Het resultaat is asymmetrisch: de oppositie 
levert legitimiteit, het kabinet behoudt zijn ideologische monopolie.

Daarom is het not done. Niet uit tactische overwegingen, maar uit 
morele. De oppositie heeft niet de plicht om bestuurbaarheid te 
garanderen wanneer de prijs daarvoor intellectuele oneerlijkheid is. 
Integendeel: zij heeft de verantwoordelijkheid om het moment te markeren 
waarop het discours zelf onhoudbaar is geworden. Door niet mee te doen, 
door niet te ruilen, door niet te normaliseren, kan zij zichtbaar maken 
wat anders wordt toegedekt.

Dat vereist een breuk, geen nuance. Een weigering om deel te nemen aan 
het toneelstuk waarin vooruitgang wordt opgevoerd terwijl het decor 
instort. Jetten zou, in een wereld met gevoel voor ironie, zelf moeten 
inzien dat zijn optreden contraproductief is geworden. Dat zijn 
permanente optimisme niet langer mobiliseert, maar vervreemdt. Dat zijn 
vooruitgangstaal niet verbindt, maar wantrouwen oproept. Vertrek vóór 
aantreden zou dan geen nederlaag zijn, maar een zeldzame vorm van 
verantwoordelijkheid.

Want zolang hij aantreedt, bevestigt hij een politiek paradigma dat geen 
ruimte meer laat voor tragiek, verlies of begrenzing. Alles moet kunnen, 
alles moet mee, alles moet vooruit. Maar samenlevingen zijn geen 
startups en burgers geen beta-versies. Er zijn breekpunten, er is 
slijtage, er zijn dingen die kapotgaan en niet terugkomen. Politiek die 
dat niet kan erkennen, verliest haar morele geloofwaardigheid.

De bitterheid die dit oproept bij burgers is geen irrationele boosheid, 
maar een reactie op systematische ontkenning. Men voelt zich niet 
gehoord omdat men letterlijk niet wordt begrepen binnen het geldende 
vocabulaire. Vooruitgangsideologie fungeert als filter dat alleen 
positieve signalen doorlaat. Wat daar niet in past, wordt genegeerd of 
gepsychologiseerd. Dat is geen leiderschap, maar vervreemding in 
bestuurlijke vorm.

Wie in deze omstandigheden toch kiest voor koehandel, kiest voor rust 
boven waarheid. Voor korte-termijninvloed boven 
lange-termijnintegriteit. Dat is begrijpelijk, maar niet te verdedigen. 
Want elke keer dat de oppositie instemt, bevestigt zij impliciet dat het 
frame klopt. Dat vooruitgang de juiste lens is, zelfs als wat men ziet 
steeds meer op achteruitgang lijkt.

Er komt een moment waarop nee zeggen de enige manier is om het politieke 
gesprek te redden. Niet als obstructie, maar als noodzakelijke 
onderbreking. Jetten vertegenwoordigt een stijl die zo volledig is 
samengevallen met haar eigen retoriek dat zij geen correctie meer 
verdraagt. Zolang hij het gezicht is van vooruitgang, blijft verval 
onuitspreekbaar.

Dat is de kern van het probleem. Niet beleid X of maatregel Y, maar de 
weigering om te erkennen dat de werkelijkheid zich niet langer laat 
dwingen in een optimistisch schema. Politiek die blijft doen alsof dat 
wel kan, ondermijnt haar eigen legitimiteit. De oppositie die daaraan 
meewerkt, ondermijnt zichzelf.

Daarom is koehandel met Jetten 1 niet slechts onverstandig, maar 
onfatsoenlijk. Het suggereert dat alles bespreekbaar is, zelfs de 
ontkenning van wat mensen dagelijks ervaren. Het suggereert dat taal 
onderhandelbaar is, zelfs wanneer zij de werkelijkheid vervalst. En het 
suggereert dat vooruitgang belangrijker is dan eerlijkheid.

Een democratie kan veel verdragen, maar niet een permanent oneerlijk 
discours. Zodra woorden hun referentie verliezen, rest alleen macht. 
Vooruitgangsideologie zonder inhoud is geen visie, maar een techniek. En 
technieken laten zich niet corrigeren door argumenten, alleen door 
weigering.

Laat Jetten daarom vertrekken voordat hij aantreedt. Niet als zondebok, 
maar als signaal. Een signaal dat het tijd is om opnieuw te leren 
spreken over verlies, grens en verval zonder dat dit automatisch als 
reactionair wordt weggezet. Een signaal dat vooruitgang niet langer als 
wisselgeld mag dienen.

En laat de oppositie ophouden met handelen alsof elke tafel beter is dan 
geen tafel. Soms is weglopen de enige manier om duidelijk te maken dat 
het spel zelf corrupt is geworden. Niet omdat men geen 
verantwoordelijkheid wil dragen, maar omdat men weigert medeplichtig te 
zijn aan een taal die de werkelijkheid systematisch verdoezelt.

Zolang vooruitgang wordt ingezet om achteruitgang onzichtbaar te maken, 
is het geen ideaal meer maar een leugen. En met leugens valt niet 
eerlijk te onderhandelen. Dan rest slechts het uitspreken van wat niet 
meer gezegd mag worden: dat niet alles vooruitgaat, dat veel verloren 
gaat, en dat politiek die dat niet onder ogen durft te zien, beter 
plaatsmaakt voordat zij aantreedt.




More information about the D66 mailing list