[D66] Vooruit Zonder Richting
René Oudeweg
roudeweg at gmail.com
Tue Feb 3 08:39:07 CET 2026
Vooruit Zonder Richting
Het is een verbale tic die zich hardnekkiger handhaaft dan welke
ideologie ook: politici die verklaren dat “we vooruit moeten”. Het wordt
uitgesproken met de vanzelfsprekendheid van een natuurwet, alsof
vooruitgaan een fysieke noodzaak is, vergelijkbaar met ademhalen of
zwaartekracht. Niemand vraagt waarheen, niemand wat er precies beter
wordt, niemand voor wie. Vooruit is voldoende. Het woord functioneert
als moreel chantage-instrument: wie het uitspreekt, staat aan de goede
kant van de geschiedenis; wie aarzelt, wordt impliciet verdacht gemaakt
van achterlijkheid, nostalgie of kwaadaardige stilstand. Dat deze taal
juist floreert in een tijdperk van zichtbare ontbinding, maakt haar niet
minder populair, maar des te noodzakelijker voor wie haar gebruikt.
Vooruitgang is in de hedendaagse politiek geen diagnose meer, maar een
bezweringsformule. Zij dient niet om de werkelijkheid te beschrijven,
maar om haar draaglijk te maken voor hen die verantwoordelijk zijn voor
haar beheer. Dat verklaart waarom het begrip zo opmerkelijk immuun is
voor empirische weerlegging. Of de levensverwachting daalt,
infrastructuur instort, onderwijs verschraalt of ecosystemen
onherroepelijk beschadigd raken: men blijft vooruitgaan. Niet omdat men
het ziet, maar omdat men het móét zeggen. Vooruitgang is het laatste
sacrament van een uitgebluste moderniteit.
Ooit was vooruitgang een brutale, zelfs gevaarlijke gedachte. Zij
impliceerde dat het verleden niet heilig was, dat tradities feilbaar
waren, dat de wereld maakbaar kon zijn. De moderniteit ontleende haar
zelfvertrouwen aan tastbare successen: machines die arbeid verlichtten,
medicijnen die doden voorkwamen, politieke rechten die de macht
beperkten. Vooruitgang was een ervaring, geen slogan. Vandaag is dat
ervaringsfundament grotendeels verdwenen. Wat resteert is het skelet van
het begrip, leeggehaald maar nog steeds rechtop gehouden door retoriek.
Dat skelet wordt fanatiek bewaakt. Want zonder vooruitgang stort het
hele morele universum van de hedendaagse politiek in. Dan zou men moeten
toegeven dat verandering ook verlies kan betekenen, dat groei kan
ontaarden in vernietiging, dat complexiteit niet synoniem is met
verbetering. Die erkenning zou een ondraaglijke verantwoordelijkheid met
zich meebrengen: de plicht om te kiezen wat behouden moet blijven, wat
opgeofferd mag worden, en wat simpelweg verkeerd is. Vooruitgang
daarentegen ontslaat van die plicht. Zij belooft dat alles wat gebeurt,
hoe pijnlijk ook, uiteindelijk ergens toe leidt.
De ironie is dat niemand die belofte nog werkelijk gelooft. Het
vooruitgangsgeloof is vervangen door vooruitgangsdiscipline. Men
herhaalt de taal omdat men geen alternatief vocabulaire heeft om de
toestand te benoemen. Achteruitgang klinkt te definitief, verval te
literair, crisis te tijdelijk. Vooruitgang is het enige woord dat
tegelijk optimistisch klinkt en inhoudelijk leeg genoeg is om niemand
vast te pinnen. Het is ideologie gereduceerd tot richtingaanwijzer
zonder kaart.
Wie rondkijkt, ziet geen samenleving in opbouw, maar een systeem in
slijtage. Openbare ruimte wordt verwaarloosd, gemeenschapszin ingeruild
voor transacties, politieke instituties functioneren nog slechts
procedureel. Burgers worden aangesproken als consumenten, data-eenheden
of risicofactoren, zelden als morele subjecten. Dat alles wordt
gepresenteerd als onvermijdelijke modernisering. Vooruitgang blijkt
vooral een eufemisme voor aanpassing aan krachten die niemand nog durft
te beheersen.
De politieke klasse speelt hierin een dubieuze rol. Zij presenteert zich
als gids naar de toekomst, terwijl zij in werkelijkheid vooral tijd
koopt. Elk beleidsfalen wordt herverpakt als tussenstap. Elke sociale
ontwrichting heet een transitie. Elk verlies wordt gecompenseerd met de
belofte dat “het op termijn beter wordt”. Die termijn blijft consequent
onbepaald. Vooruitgang functioneert zo als uitgestelde
verantwoordelijkheid: niet hier, niet nu, maar later zal blijken dat het
nodig was.
Intussen verschuift de betekenis van vooruitgang steeds verder van
menselijk welzijn naar systeemoptimalisatie. Efficiëntie vervangt
rechtvaardigheid, innovatie verdringt wijsheid. Wat niet meetbaar is,
telt niet mee; wat niet schaalbaar is, geldt als achterhaald. Sociale
relaties worden herleid tot netwerken, cultuur tot content, politiek tot
management. Dat dit proces leidt tot vervreemding, uitputting en
cynisme, wordt niet gezien als tegenbewijs, maar als collateral damage
op weg naar een betere toekomst.
Dat die betere toekomst nooit arriveert, doet er nauwelijks toe.
Vooruitgangsideologie is niet gericht op aankomst, maar op permanente
mobilisatie. Zij duldt geen rust, geen afronding, geen verzadiging.
Stilstand is zonde, zelfs wanneer beweging destructief is. In die zin is
vooruitgang de seculiere erfgenaam van de zondeleer: men moet blijven
werken, aanpassen, upgraden, om niet schuldig te zijn aan stagnatie.
De populariteit van dit denken in een tijd van ontbinding is dus
verklaarbaar. Juist wanneer de fundamenten wankelen, is een abstracte
richting aantrekkelijker dan een concreet oordeel. Het erkennen van
achteruitgang zou impliceren dat sommige keuzes verkeerd waren, sommige
ontwikkelingen onhoudbaar, sommige offers zinloos. Dat zou het
comfortabele narratief van onvermijdelijkheid doorbreken. Vooruitgang
daarentegen biedt een excuusstructuur: niemand is schuldig, iedereen is
onderweg.
Het meest bijtende aspect van deze ideologie is misschien haar morele
leegte. Vooruitgang wordt zelden nog gekoppeld aan de vraag wat een goed
leven is. Zij veronderstelt impliciet dat meer technologie, meer
snelheid en meer flexibiliteit vanzelf leiden tot meer geluk of
rechtvaardigheid. Dat dit empirisch steeds minder verdedigbaar is, lijkt
de aantrekkingskracht alleen maar te vergroten. Hoe leger de belofte,
hoe universeler zij toepasbaar is.
Wie deze taal bekritiseert, krijgt zelden een inhoudelijk antwoord. Men
wordt niet weerlegd, maar gelabeld. Kritiek heet pessimisme, zorg heet
angst, begrenzing heet regressie. Zo wordt het debat moreel afgesloten
voordat het inhoudelijk kan beginnen. Vooruitgang fungeert als
semantische wapenstok: zij slaat alles plat wat haar richting in twijfel
trekt.
Toch is de realiteit hardnekkig. Geen enkele slogan kan verhullen dat
ecologische grenzen worden overschreden, dat sociale cohesie afneemt,
dat instituties hun legitimiteit verliezen. De ervaring van verval
dringt zich op, ondanks de opgewekte taal. Dat veroorzaakt een
cognitieve spanning die zich uit in woede, apathie of cynisme. Het
vooruitgangsverhaal werkt niet meer integrerend, maar vervreemdend.
Misschien is dat de reden waarom het zo krampachtig wordt vastgehouden.
Vooruitgang is niet langer een beschrijving van wat gebeurt, maar een
verdedigingslinie tegen het inzicht dat de moderniteit haar eigen
voorwaarden heeft uitgehold. Zonder dat woord zou men moeten erkennen
dat niet alles wat nieuw is beter is, dat niet elke grens een obstakel
is, en dat sommige vormen van verlies onomkeerbaar zijn.
Een werkelijk intellectueel eerlijk politiek discours zou durven
toegeven dat achteruitgang bestaat, en dat niet alles te repareren valt
met innovatie of groei. Het zou de vraag stellen wat de moeite waard is
om te behouden, zelfs als dat betekent dat men minder snel, minder
efficiënt of minder winstgevend wordt. Maar zo’n discours vereist moed,
en vooral het loslaten van de geruststellende fictie dat geschiedenis
per definitie in ons voordeel werkt.
Zolang die fictie intact blijft, zal men blijven spreken over
vooruitgaan. Niet omdat men gelooft in vooruitgang, maar omdat men bang
is voor wat er zichtbaar wordt zodra men stopt met bewegen. Vooruit is
dan geen richting meer, maar een vlucht. En hoe sneller men rent, hoe
minder men wil kijken naar wat er achterblijft: afbrokkelende
structuren, uitgeputte mensen, en een toekomst die steeds meer lijkt op
een lege projectie waarop men zijn angsten heeft weggegomd.
Misschien is het uiteindelijk niet de vraag waarom politici zo graag
vooruit willen, maar waarom zij zo bang zijn om stil te staan. Want wie
stilstaat, moet zien wat er werkelijk is. En wat er is, lijkt steeds
minder op vooruitgang.
More information about the D66
mailing list