[D66] Het einde zonder einde: kosmologie, antropoceen en denken na de mens in The Ends of the World

René Oudeweg roudeweg at gmail.com
Mon Dec 22 05:19:42 CET 2025


Het einde zonder einde: kosmologie, antropoceen en denken na de mens in 
The Ends of the World

In The Ends of the World ondernemen Déborah Danowski en Eduardo Viveiros 
de Castro een ambitieus en ontregelend project: zij onderzoeken niet hoe 
de wereld eindigt, maar hoe het denken over het einde van de wereld is 
gestructureerd. Hun boek is geen milieumanifest, geen klimaatrapport en 
ook geen profetisch pamflet, maar een filosofische archeologie van 
apocalyptische verbeelding in het tijdperk van het Antropoceen. Wat op 
het spel staat, is niets minder dan de plaats van de mens in een wereld 
die niet langer vanzelfsprekend “voor ons” bestaat.

Het centrale inzicht van Danowski en Viveiros de Castro is dat het 
moderne westerse denken fundamenteel onvoorbereid is op een 
wereld-zonder-mensen. Klassieke apocalyptische narratieven—religieus, 
seculier of sciencefictioneel—veronderstellen vrijwel altijd een 
overblijvend perspectief: iemand die het einde meemaakt, overleeft of 
navertelt. Zelfs wanneer de mensheid uitsterft, blijft er een 
denkbeeldige toeschouwer over. Het echte probleem van het Antropoceen is 
echter dat deze positie van buitenaf onhoudbaar wordt. Het einde dat 
zich aandient is geen gebeurtenis in de wereld, maar een transformatie 
van de wereld als zodanig—en daarmee van elk mogelijk standpunt.

Hier raakt het boek aan zijn filosofische kern: het einde van de wereld 
is niet primair een empirische kwestie, maar een crisis van de 
verbeelding. Danowski en Viveiros de Castro laten zien hoe diep de 
moderniteit verankerd is in een humanistische kosmologie waarin “wereld” 
gelijkstaat aan “menselijke leefwereld”. Een wereld zonder mensen is in 
dit denken geen wereld meer, maar een leeg decor. Het Antropoceen dwingt 
ons echter precies tot die gedachte: een aarde die blijft bestaan, maar 
onverschillig staat tegenover menselijke betekenissen, waarden en 
toekomstprojecten.

Tegenover dit westerse onvermogen plaatsen de auteurs een reeks 
alternatieve kosmologieën, met name uit het Amazonegebied, waarin de 
mens nooit het vanzelfsprekende centrum van de wereld is geweest. In het 
perspectivisme van inheemse Amerindiaanse culturen is de wereld altijd 
al meervoudig, relationeel en kwetsbaar. Het einde van de wereld 
betekent hier niet totale vernietiging, maar een verschuiving van 
perspectieven, een ontregeling van relaties. Juist deze denkvormen, zo 
suggereren Danowski en Viveiros de Castro, zijn beter toegerust om het 
Antropoceen te begrijpen dan het vooruitgangsgeloof van de moderniteit.

Het boek is scherp in zijn kritiek op zowel techno-utopisme als 
apocalyptisch fatalisme. Het idee dat technologie ons zal redden, blijft 
gevangen in dezelfde antropocentrische logica die het probleem heeft 
veroorzaakt. Maar ook het verlangen naar totale instorting—het 
romantiseren van de ondergang als morele zuivering—blijft een menselijk 
drama dat weigert afscheid te nemen van zijn eigen centrale rol. The 
Ends of the World weigert beide ontsnappingsroutes. Het confronteert de 
lezer met een ongemakkelijke vraag: wat betekent verantwoordelijkheid 
wanneer er geen gegarandeerde toekomst meer is waarin die 
verantwoordelijkheid wordt beloond?

Stilistisch en inhoudelijk beweegt het boek zich tussen filosofie, 
antropologie, literatuur en politieke theorie. Deze hybride vorm is geen 
zwakte, maar een bewuste strategie. Het einde van de wereld laat zich 
niet vangen in één discipline, omdat het precies de grenzen van ons 
denken test. Danowski en Viveiros de Castro schrijven niet om gerust te 
stellen, maar om het denken te forceren—om de lezer te laten ervaren hoe 
moeilijk het is om afscheid te nemen van het idee dat de wereld 
uiteindelijk om ons draait.

The Ends of the World is daarmee een radicaal boek, niet omdat het het 
einde aankondigt, maar omdat het weigert dat einde te domesticeren. Het 
vraagt om een vorm van intellectuele nederigheid die dieper gaat dan 
ecologisch bewustzijn: de erkenning dat de wereld niet samenvalt met de 
mens, en dat zij ook zonder ons zal blijven veranderen. Wat resteert is 
geen hoopvolle belofte, maar een sobere opdracht: leren denken, handelen 
en leven zonder de garantie dat de wereld ons nodig heeft. Dat besef, zo 
maken Danowski en Viveiros de Castro pijnlijk duidelijk, is misschien 
wel het moeilijkste einde om te aanvaarden.


More information about the D66 mailing list