[D66] Waarom ik kies voor Innere Emigration
René Oudeweg
roudeweg at gmail.com
Fri Jan 30 21:50:53 CET 2026
"Innere Emigration onder Jetten 1 is geen zwakte, maar een vorm van
intellectuele hygiëne"
Waarom ik kies voor Innere Emigration
Innere Emigration is een begrip dat meestal met schaamte wordt
uitgesproken, als moreel tekort, als laffe terugtrekking uit de
geschiedenis. Het roept beelden op van intellectuelen die onder
autoritaire regimes hun mond hielden en hun geweten privatiseerden. Maar
begrippen zijn geen monumenten; ze veranderen van betekenis met de
omstandigheden. In het Nederland van Jetten 1, waar politiek zich heeft
losgezongen van waarheid, conflict en verantwoordelijkheid en zich heeft
verschanst in management, consensus en opgewekt realisme, is innerlijke
emigratie geen capitulatie meer, maar een rationele, intellectueel
verdedigbare houding. Niet omdat de staat totalitair is, maar omdat zij
leeg is geworden. Niet omdat spreken gevaarlijk is, maar omdat het
betekenisloos is gemaakt.
Innere Emigration begint bij de erkenning dat politieke taal haar
referentie heeft verloren. Woorden als vooruitgang, solidariteit,
duurzaamheid en democratie circuleren nog volop, maar functioneren niet
langer als dragers van keuzes; ze zijn decorstukken geworden. Onder
Jetten 1 is politiek niet de arena waarin conflicterende visies op de
samenleving botsen, maar een communicatief regime dat verschillen
neutraliseert door ze te herformuleren als uitvoeringsproblemen. Wie in
zo’n context blijft spreken alsof woorden nog snijden, verliest vroeg of
laat zijn intellectuele integriteit. Zwijgen, of preciezer: terugtrekken
uit het officiële discours, kan dan een vorm van eerlijkheid zijn.
De kern van Innere Emigration is niet apathie, maar weigering. De
weigering om je denken te laten koloniseren door een vocabulaire dat
macht legitimeert door haar te ontkennen. Jetten 1 regeert niet door
ideologie, maar door depolitisering. Zijn optimisme is geen overtuiging,
maar een techniek. Het functioneert als een dempingsmiddel: het verzacht
conflicten, sust woede, en vertaalt structurele ongelijkheid in
tijdelijke ongemakken. Wie zich daartegen uitspreekt binnen het systeem,
wordt niet bestreden, maar geneutraliseerd. Kritiek wordt “gehoord”,
“meegenomen”, “verwerkt”. Daarmee verliest zij haar negatief vermogen,
haar kracht om iets werkelijk te onderbreken.
Innere Emigration erkent dat dit systeem niet kan worden hervormd door
betere argumenten. Het probleem is niet dat de macht zich vergist, maar
dat zij niet meer luistert in de betekenisvolle zin van het woord.
Luisteren is hier een managementhandeling geworden, geen openstelling
voor verandering. Het publieke debat is verworden tot een ritueel waarin
iedereen zijn rol kent: de politicus als verbindende manager, de burger
als ervaringsdeskundige, de intellectueel als duider. Alles circuleert,
niets beweegt. In zo’n constellatie is participatie geen deugd, maar
medeplichtigheid.
De keuze voor Innere Emigration is daarom een keuze voor intellectuele
soevereiniteit. Het betekent dat men weigert zijn denken te laten
reduceren tot beleidsinput, tot “perspectief” dat kan worden afgevinkt.
Het is het terugwinnen van tijd, van traagheid, van ernst. Waar Jetten 1
alles wil versnellen, opschalen en uitrollen, kiest innerlijke emigratie
voor vertraging. Niet uit nostalgie, maar omdat denken tijd nodig heeft
die niet compatibel is met bestuurlijke cycli en mediacadenzen.
Er schuilt ook een moreel argument in deze houding. Onder Jetten 1 wordt
verantwoordelijkheid voortdurend verplaatst. Beslissingen zijn altijd
het resultaat van internationale verplichtingen, economische
randvoorwaarden of uitvoerbaarheidstoetsen. Niemand kiest, iedereen
beheert. Wie zich in dat systeem begeeft, wordt onvermijdelijk
medebeheerder van gevolgen die hij niet heeft gewild maar wel helpt
normaliseren. Innere Emigration is een manier om die morele besmetting
te vermijden. Niet door jezelf moreel superieur te wanen, maar door te
erkennen dat sommige systemen geen zuivere positie toestaan.
Dit is geen pleidooi voor stilte in absolute zin. Innerlijke emigratie
betekent niet dat men niets meer zegt, maar dat men selectief spreekt,
buiten de officiële kanalen, in vormen die zich niet laten recupereren.
Essay, literatuur, filosofie, kunst: domeinen waarin taal nog niet
onmiddellijk wordt vertaald naar beleid of framing. Het is daar dat
kritiek haar diepte kan behouden, juist omdat zij geen directe
effectiviteit nastreeft. Effectiviteit is in het tijdperk van Jetten 1
een valkuil geworden; alles moet renderen, meetbaar zijn, impact hebben.
Maar denken dat alleen waarde heeft als het onmiddellijk iets verandert,
capituleert al aan het regime dat het bekritiseert.
Innere Emigration erkent ook een antropologisch feit dat de
optimistische politiek van Jetten 1 systematisch ontkent: niet alle
breuken zijn te lijmen, niet alle conflicten op te lossen. De belofte
dat “we het samen kunnen” is geen hoop, maar een ontkenning van tragiek.
Wie die tragiek serieus neemt, begrijpt dat voortdurende betrokkenheid
bij een politiek die haar bestaan ontkent, psychisch en intellectueel
corrosief is. Terugtrekking kan dan een vorm van zelfbehoud zijn, geen
vlucht maar een pauze waarin men weigert zijn waarneming te laten
corrigeren door opgelegde vrolijkheid.
Er zit bovendien een strategische dimensie aan Innere Emigration.
Systemen die leven van participatie, van draagvlak, van permanente
betrokkenheid, verzwakken wanneer die betrokkenheid opdroogt. Niet door
massale opstand, maar door stille onttrekking. Door niet meer te
reageren op elke oproep, elke consultatie, elke schijnbeweging van
inspraak. Door niet langer gratis legitimiteit te leveren. In die zin is
innerlijke emigratie geen individuele therapie, maar een collectieve
mogelijkheid, zij het een diffuse en moeilijk meetbare.
Critici zullen zeggen dat dit elitair is, dat het privilege
veronderstelt. En inderdaad: niet iedereen kan zich permitteren zich
terug te trekken. Maar dat argument snijdt beide kanten op. Juist daarom
rust er een verantwoordelijkheid op degenen die dat wél kunnen om niet
mee te draaien in een leeg systeem en zo te doen alsof het nog
functioneert. Deelname uit gewoonte of plichtsgevoel is hier geen
solidariteit, maar camouflage.
Onder Jetten 1 is politiek een theater van redelijkheid geworden, waarin
de grootste onredelijkheid is dat niemand nog durft te zeggen dat het
stuk slecht geschreven is. Innere Emigration is dan de keuze om niet
langer figurant te zijn. Om het gebouw te verlaten, niet om de
geschiedenis te ontlopen, maar om haar elders, op een andere toon,
opnieuw te doordenken. Het is een vorm van trouw aan de mogelijkheid van
politiek, juist door afstand te nemen van haar huidige simulatie.
Misschien is dat de paradox: dat men zich pas werkelijk politiek kan
verhouden tot een systeem door het tijdelijk niet te erkennen als het
enige denkbare kader. Innerlijke emigratie is geen eindpunt, maar een
tussenruimte. Een plaats waar men wacht, denkt, observeert. Waar men
weigert de taal van optimisme te spreken zolang die optimisme niet is
verdiend. In die zin is Innere Emigration onder Jetten 1 geen zwakte,
maar een vorm van intellectuele hygiëne. Een weigering om mee te doen
aan een spel waarvan de uitkomst al vaststaat, en waarvan de regels zo
zijn ontworpen dat niemand nog verantwoordelijk hoeft te zijn voor de
schade die wordt aangericht.
Wie blijft, raakt afgestompt. Wie vertrekt, al is het innerlijk, bewaart
de mogelijkheid om terug te keren met woorden die weer betekenis hebben.
Dat is geen romantisch gebaar, maar een nuchtere conclusie. In een
tijdperk waarin politiek zichzelf presenteert als management, is denken
alleen nog vrij waar het zich onttrekt aan bestuur. En misschien is dat,
voorlopig, het hoogst haalbare.
More information about the D66
mailing list