[D66] Aan de Slag(haren): Is dit begrotingsdiscipline of klassenpolitiek?
René Oudeweg
roudeweg at gmail.com
Fri Jan 30 16:59:55 CET 2026
Aan de Slag(haren): Is dit begrotingsdiscipline of klassenpolitiek?
Wie het budget van dit regeerakkoord serieus doorneemt, ziet geen
financieel fundament onder beleid, maar een schoolvoorbeeld van wat je
zonder overdrijving bourgeois-boekhouden kunt noemen: een combinatie van
verschuiven, verpakken, afromen en verhullen, bedoeld om politieke
keuzes acceptabel te laten lijken zonder hun sociale en ideologische
consequenties te benoemen. Het is een begroting die zich presenteert als
verantwoordelijk en solide, maar die in werkelijkheid leunt op uitstel,
kasschuiven, niet-saldorelevante trucs en een systematische herverdeling
van lasten van kapitaal naar arbeid, van collectief naar individueel, en
van heden naar toekomst. Wat als “noodzakelijke investeringen” wordt
verkocht, blijkt bij nadere beschouwing vooral een herprioritering ten
gunste van militarisme, veiligheid en bedrijfsbelangen, gefinancierd
door burgers, zorggebruikers en toekomstige generaties.
De meest in het oog springende post is uiteraard defensie. De
structurele groei naar 2,8 procent van het bbp in 2030 en zelfs 3,5
procent in 2035 betekent een explosieve toename van uitgaven, oplopend
tot structureel ruim 19 miljard euro per jaar. Dit wordt gepresenteerd
als een technische aanpassing aan NAVO-normen, alsof het hier om een
natuurwet gaat en niet om een politieke keuze. De budgettaire
behandeling verraadt dat ook: defensie-uitgaven worden genaturaliseerd,
buiten discussie geplaatst, en expliciet uitgezonderd van
efficiencytaakstellingen die elders wel genadeloos worden toegepast.
Waar zorg, sociale zekerheid en rijksdienst moeten “innoveren” en
“slanker” worden, krijgt defensie carte blanche. Dit is geen neutraal
begrotingsbeleid, maar een ideologische keuze om militaire macht boven
sociale infrastructuur te stellen.
Die keuze wordt extra schrijnend door de manier waarop zij wordt
gefinancierd. De zogeheten “vrijheidsbijdrage” voor burgers en bedrijven
is een staaltje retorische brutaliteit: een belastingverhoging verpakt
als morele plicht, die structureel miljarden oplevert zonder
progressieve correctie. Burgers leveren vanaf 2028 jaarlijks 3,4 miljard
euro in via de inkomstenbelasting, bedrijven nog eens 1,7 miljard via
hogere premies. Dat deze lasten vooral neerkomen op arbeid en
consumptie, terwijl vermogen grotendeels buiten schot blijft, wordt niet
besproken. De vrijheid die hier wordt verdedigd, blijkt vooral de
vrijheid van de staat om haar militaire ambities af te wentelen op
degenen die zich het minst kunnen onttrekken.
Dit is klassieke bourgeois-boekhouding: grote structurele uitgaven
legitimeren door ze te koppelen aan abstracte waarden, terwijl de
concrete verdeling van lasten wordt verstopt in technische maatregelen.
De begroting wemelt van zulke technieken. Kasschuiven worden ingezet om
gaten tijdelijk te dichten, zoals bij de Oekraïne-steun, waar miljarden
naar voren en naar achteren worden geschoven om het integrale beeld
kloppend te maken. Niet-saldorelevante investeringen, zoals de Nationale
Investeringsinstelling en het Nationaal Agentschap voor Disruptieve
Innovatie, worden gepresenteerd als gratis geld, terwijl ze wel degelijk
de EMU-schuld verhogen en toekomstige beleidsruimte beperken. Het saldo
blijft netjes, de schuld groeit, en het politieke debat wordt gesust met
boekhoudkundige semantiek.
Ook aan de uitgavenkant buiten defensie is de logica helder: incidentele
enveloppen waar structurele problemen spelen, en structurele
bezuinigingen waar mensen afhankelijk zijn van publieke voorzieningen.
Neem de zorg. Terwijl er relatief bescheiden bedragen worden
gereserveerd voor preventie en wijkgerichte aanpak, wordt het eigen
risico verhoogd, geïndexeerd en slechts cosmetisch getrancheerd. De
opbrengsten daarvan lopen in de miljarden, structureel. Tegelijkertijd
worden huishoudelijke hulp, specifieke zorgkostenaftrek en vergoedingen
voor ongecontracteerde zorg afgeschaft. Dit is geen hervorming, dit is
kostenafwenteling. Zorg wordt minder collectief, minder solidair, en
vooral: duurder voor wie zorg nodig heeft.
Hetzelfde patroon zien we in de sociale zekerheid. Onder het mom van
“vereenvoudiging” en “activering” worden uitkeringen versoberd, rechten
verkort en maxima verlaagd. De WW wordt ingekort tot twaalf maanden, de
WIA wordt uitgehold door het afschaffen van de IVA voor nieuwe instroom,
en het maximumdagloon wordt verlaagd. Dat dit leidt tot onzekerheid en
inkomensverlies voor mensen die buiten hun schuld arbeidsongeschikt of
werkloos raken, wordt geaccepteerd als noodzakelijk kwaad.
Tegelijkertijd blijft het fiscale regime voor vermogen opvallend intact.
De begroting corrigeert niet waar de ongelijkheid structureel ontstaat,
maar waar zij politiek het minst weerbaar is.
De efficiencytaakstellingen op de rijksdienst vormen een ander voorbeeld
van ideologisch gekleurd boekhouden. Structureel wordt tot 1 miljard
euro aan “vernieuwing” en “slagvaardigheid” ingeboekt, zonder concrete
onderbouwing van hoe die besparingen gerealiseerd moeten worden. Dit is
geen realistische hervorming, maar een bezuiniging met een
managementsaus. De uitvoering wordt verder uitgehold, terwijl de
ambities groeien. Dat dit leidt tot overbelasting, fouten en
uiteindelijk nieuwe schandalen, wordt niet als budgettair risico
geboekt. De begroting gaat uit van een overheid die steeds meer moet
doen met steeds minder mensen, behalve waar het om veiligheid en
defensie gaat.
Ook het klimaat- en energiebeleid wordt begrotingsmatig ontdaan van zijn
radicale potentie. Grote bedragen gaan naar compensatie voor
energie-intensieve bedrijven, naar enveloppen voor elektriciteitsprijzen
en naar subsidies die vooral bedoeld zijn om het vestigingsklimaat
“concurrerend” te houden. Dit is geen transitie, maar een afkoop. In
plaats van vervuilende structuren te doorbreken, worden ze financieel
ondersteund zodat ze nog even door kunnen. De kosten worden
gesocialiseerd, de winsten blijven privaat. Ook dit is
bourgeois-boekhouden: risico’s collectief dragen, rendement
individualiseren.
Het landbouw- en stikstofpakket laat zien hoe zelfs grote
investeringsbedragen kunnen functioneren als uitstelstrategie. De 20
miljard euro wordt uitgesmeerd over jaren, deels gedekt uit bestaande
middelen, deels via alternatieve begrotingen, en grotendeels gericht op
vrijwilligheid en compensatie. De structurele keuzes – krimp van de
veestapel, herziening van grondbezit, breken met het exportmodel –
blijven buiten beeld. Het geld koopt tijd, geen oplossing.
Boekhoudkundig klopt het, ecologisch en sociaal is het een zwaktebod.
Wat al deze posten verbindt, is dat het budget geen politiek conflict
organiseert, maar maskeert. Het doet alsof middelen neutraal worden
verdeeld, terwijl het consequent kiest voor orde, veiligheid en kapitaal
boven zorg, gelijkheid en collectieve zekerheid. Militarisme is daarin
niet alleen een uitgavenpost, maar een budgettaire logica: geld naar
afschrikking, controle en paraatheid, betaald door flexibilisering en
versobering elders. De begroting maakt de samenleving weerbaar door haar
kwetsbaarheden te accepteren en te normaliseren.
De ultieme truc van deze bourgeois-boekhouding is dat zij zichzelf
presenteert als onvermijdelijk. Alles wordt onderbouwd met ramingen,
normen, kaders en internationale afspraken. Politiek verdwijnt achter
rekenmodellen. Maar begrotingen zijn geen natuurverschijnselen. Ze zijn
geconcentreerde ideologie. En deze ideologie zegt helder: er is altijd
geld voor wapens, nooit genoeg voor zorg; altijd ruimte voor schuld als
die de markt dient, nooit voor solidariteit als die macht corrigeert;
altijd discipline voor burgers, nooit voor kapitaal.
Wie dit budget afpelt, ziet geen verantwoord financieel beleid, maar een
herverdeling van risico’s naar beneden en van macht naar boven. Het is
een begroting die stabiliteit belooft en ongelijkheid produceert,
veiligheid predikt en onzekerheid verdiept. Dat alles wordt mogelijk
gemaakt door boekhoudkundige technieken die politiek verhullen als
techniek. Maar wie goed kijkt, ziet dat dit geen neutraal saldo is, maar
een keuze. En het is een keuze die duur zal blijken – sociaal,
democratisch en uiteindelijk ook economisch.
More information about the D66
mailing list