[D66] Wanneer werken geen optie is: Aan de slag?
René Oudeweg
roudeweg at gmail.com
Thu Jan 29 05:27:00 CET 2026
Wanneer werken geen optie is: Aan de slag?
“Aan de slag.” Twee woorden. Zo leeg, zo zelfgenoegzaam, zo pijnlijk
onthullend in hun achteloosheid, dat ze meer zeggen over de morele staat
van D66 dan duizend Kamerdebatten ooit zouden kunnen. Het is een titel
die niet alleen beschrijft, maar veroordeelt. Niet het systeem, niet de
politieke keuzes, niet de jarenlange afbraak van solidariteit, maar de
mensen die al op de grond liggen. “Aan de slag” is geen uitnodiging,
geen belofte, geen visie. Het is een vermaning. Een opgeheven vingertje
verpakt als vooruitgang. En dat uitgerekend van een partij die zichzelf
graag presenteert als verlicht, empathisch en mensgericht. Als dit hun
idee is van beschaving, dan is het beschavingsvernis wel heel dun.
Want laten we even stilstaan bij wie hier worden aangesproken. Niet de
beleidsmakers die dit land in een fuik van flexibilisering, wantrouwen
en bureaucratische wreedheid hebben gemanoeuvreerd. Niet de werkgevers
die profiteren van een systeem waarin mensen worden uitgeknepen tot ze
breken. Niet de overheid die structureel faalt in begeleiding, zorg,
bestaanszekerheid en erkenning. Nee, “aan de slag” richt zich impliciet
tot degenen die níét aan de slag zijn. Tot arbeidsongeschikten. Tot
chronisch zieken. Tot mensen met psychische aandoeningen. Tot mensen die
door pech, door het leven, door beleid zijn uitgespuugd en vervolgens te
horen krijgen dat ze vooral harder hun best moeten doen.
Dat is de vernedering. Niet expliciet, maar juist daarom zo geniepig. De
titel suggereert dat er iets mis is met stilstand, met uitval, met rust,
met beperking. Dat wie niet werkt, tekortschiet. Dat arbeid de maat der
dingen is en dat alles en iedereen daaraan ondergeschikt moet worden
gemaakt. Alsof menselijke waarde pas begint bij loonstrookjes en
productiviteitstabellen. Alsof er geen grenzen bestaan aan wat een
lichaam of geest kan verdragen. Alsof falen altijd individueel is en
nooit structureel. Dit is geen neutrale taal. Dit is ideologie in zijn
meest kale vorm.
En dat D66 hier haar handtekening onder zet, is geen ongeluk. Het is
geen slip of the pen. Het is geen ongelukkige communicatiestrategie. Het
is een wereldbeeld. Een wereldbeeld waarin de hoogopgeleide, gezonde,
zelfredzame burger de norm is en iedereen die daarvan afwijkt een
probleem vormt dat moet worden “geactiveerd”, “geprikkeld” of
“gestimuleerd”. Woorden die vriendelijk klinken, maar in de praktijk
vaak betekenen: wantrouwen, dwang, sancties, controle. Het zijn de
woorden van een partij die graag over kansengelijkheid praat, maar
structurele ongelijkheid reduceert tot een motivational quote.
Wat maakt het zo schrijnend? Dat juist D66 jarenlang het morele gelijk
heeft geclaimd. De partij van redelijkheid. Van nuance. Van menselijke
maat. De partij die met geheven wenkbrauw wijst naar populisten en roept
dat politiek ook fatsoenlijk kan. En dan komen ze met “Aan de slag”.
Alsof niemand binnen die partij even heeft gedacht: wacht eens, hoe
klinkt dit voor iemand die al jaren te horen krijgt dat hij niet genoeg
doet, niet genoeg probeert, niet genoeg meewerkt? Hoe klinkt dit voor
iemand die elke herkeuring ervaart als een ondervraging, elke brief van
het UWV als een dreigement, elke dag als een strijd tegen een lichaam
dat niet wil en een samenleving die niet luistert?
Het antwoord is simpel: het klinkt als hoon. Als minachting verpakt in
beleidsjargon. Als de zoveelste bevestiging dat hun leven, hun pijn, hun
grenzen er niet echt toe doen. Dat ze figuranten zijn in een verhaal dat
altijd over “participatie” gaat, maar zelden over waardigheid. Dat is
geen detail, dat is de kern. Taal vormt werkelijkheid. En deze titel
creëert een werkelijkheid waarin wie niet kan werken, per definitie
tekortschiet.
En laten we niet doen alsof dit losstaat van beleid. Titels zijn geen
versiering, ze zijn richtinggevend. Ze laten zien wie wordt aangesproken
en wie niet. “Aan de slag” is geen titel die begint bij zorg, bij
zekerheid, bij rust, bij erkenning. Hij begint bij actie, bij arbeid,
bij beweging – en dus bij de impliciete beschuldiging dat er te weinig
beweging is. Alsof de mensen om wie het gaat jarenlang op de bank hebben
gelegen uit gemakzucht. Alsof er niet een eindeloze geschiedenis is van
formulieren, afwijzingen, herkeuringen, trajecten, mislukkingen en schaamte.
Het is moreel lui. Dat is misschien wel het meest ironische. Een partij
die zichzelf ziet als intellectueel, als doordacht, als moreel serieus,
kiest voor een titel die elk gesprek over complexiteit afsnijdt. “Aan de
slag” laat geen ruimte voor twijfel, voor nuance, voor tragiek. Het is
een bevel. Een simplificatie. Een slogan die beter past bij een
motivational poster in een kantoortuin dan bij beleid dat het leven van
kwetsbare mensen raakt. Dat is geen vooruitgang, dat is neoliberale
automatisme.
En ja, daar moet D66 zich kapot voor schamen. Niet een beetje. Niet
achteraf, met een excuus en een verduidelijking. Kapot schamen, omdat
dit precies laat zien hoe ver de partij is afgedreven van de
werkelijkheid van mensen buiten haar eigen bubbel. Mensen voor wie “aan
de slag” geen horizon is, maar een verwijt. Mensen voor wie elke
suggestie dat ze “nog iets kunnen” voelt als een ontkenning van alles
wat ze al geprobeerd hebben. Mensen die niet lui zijn, maar moe. Niet
ongemotiveerd, maar opgebrand. Niet onwillig, maar onmachtig.
Het wrange is dat D66 dit waarschijnlijk oprecht niet zo heeft bedoeld.
En dat maakt het niet beter, maar erger. Want het betekent dat de blinde
vlek totaal is. Dat er blijkbaar niemand aan tafel zat die dit heeft
aangevoeld. Niemand die heeft gezegd: dit is pijnlijk. Dit is kwetsend.
Dit is niet de taal van zorg, maar van druk. Dat zegt alles over wie er
wél aan tafel zaten en wie niet. Over welke levens als norm worden
gezien en welke als uitzondering die moet worden gecorrigeerd.
“Aan de slag” is de titel van een samenleving die geen raad weet met
kwetsbaarheid. Die afhankelijkheid ziet als falen. Die rust wantrouwt en
grenzen verdacht vindt. En D66 heeft ervoor gekozen dat niet te
bevragen, maar te bevestigen. Daarmee staat de partij niet aan de kant
van de mensen die door het systeem zijn geknakt, maar aan de kant van
het systeem dat blijft knakken en vervolgens zegt dat het allemaal om
activering draait.
Dit is geen klein detail dat je kunt wegwuiven met: het gaat om de
inhoud. Want juist in dit domein ís taal inhoud. Voor mensen die al
jaren gereduceerd worden tot dossiers, percentages en
restverdiencapaciteit is erkenning geen luxe, maar noodzaak. En die
erkenning begint niet met “aan de slag”, maar met: we zien je. We
geloven je. Je bent geen probleem dat opgelost moet worden, maar een
mens met grenzen die gerespecteerd moeten worden.
Dat D66 daar niet toe in staat bleek, is een politieke keuze. En een
morele misser van formaat. Want wie werkelijk gelooft in waardigheid,
gelijkheid en vooruitgang, begint niet met een titel die een hele groep
mensen impliciet vertelt dat ze tekortschieten. Die begint met
luisteren. Met terughoudendheid. Met besef van macht. Met schaamte,
misschien zelfs. Maar schaamte lijkt hier ver te zoeken. Wat overblijft
is een slogan die alles samenvat wat er mis is met een technocratische,
zelfgenoegzame politiek die denkt dat goede bedoelingen genoeg zijn.
Ze zijn het niet. En zolang D66 dat niet inziet, verdient deze titel
geen verdediging, geen nuancering en geen context. Alleen woede. Omdat
sommige woorden te veel schade aanrichten om achteloos voorbij te laten
gaan. “Aan de slag” is zo’n woordcombinatie. En wie haar kiest, moet de
consequenties dragen.
More information about the D66
mailing list