[D66] Tirade tegen de Ruimtevaart

René Oudeweg roudeweg at gmail.com
Sun Jan 18 14:59:29 CET 2026


Tirade tegen de Ruimtevaart

De ruimtevaart is geen triomf van de menselijke geest maar een symptoom 
van haar onvermogen om grenzen te aanvaarden. Zij is geen zoektocht naar 
kennis maar een vlucht voor verantwoordelijkheid. Elke raketlancering is 
een luidruchtige ontkenning van het simpele feit dat de mens een aards 
wezen is, voortgekomen uit deze planeet, gebonden aan haar ecosystemen, 
afhankelijk van haar fragiele evenwichten, en moreel verplicht om hier 
te blijven en het hier uit te houden. Dat uit te houden, juist dat, is 
wat men niet wil. De hemel wordt begeerd niet uit nieuwsgierigheid maar 
uit afkeer van de Aarde zelf, uit ongeduld met haar eindigheid, haar 
weerstand, haar morele eisen.

Men spreekt over vooruitgang, maar bedoelt ontkenning. Men spreekt over 
verkenning, maar bedrijft escapisme. Men spreekt over de toekomst van de 
mensheid, maar bedoelt het voortbestaan van instituties, 
prestigeprojecten, nationale mythes en technische elites die hun eigen 
relevantie moeten rechtvaardigen. De ruimtevaart is een monument voor 
menselijke hubris, gegoten in aluminium, kerosine en dode lichamen.

Want laten we niet doen alsof dit een onschuldig avontuur is. De 
geschiedenis van de ruimtevaart is geplaveid met slachtoffers die men 
achteraf tot noodzakelijke offers verklaart. Rampspoed wordt herverpakt 
als leerervaring. Doden worden statistiek. De vernietiging van levens 
wordt gerechtvaardigd door een abstract toekomstbeeld dat nooit concreet 
genoeg wordt om verantwoordelijk te zijn. Elke explosie, elke 
verstikking, elke verbranding bij terugkeer in de atmosfeer wordt 
gevolgd door dezelfde holle mantra: dit is de prijs van vooruitgang. 
Maar wie bepaalt die prijs en wie betaalt haar? Niet de ingenieurs aan 
tekentafels, niet de beleidsmakers op conferenties, niet de 
commentatoren die het woord historisch in de mond nemen. Het zijn altijd 
anderen, anoniemen, vervangbaren, of dieren die niet eens konden weigeren.

De hond die men de ruimte in schoot was geen tragisch begin maar een 
openlijke bekentenis. Hier stond een beschaving die bereid was leven te 
offeren aan techniek zonder noodzaak, zonder ethisch beraad, zonder 
schaamte. Dat dit later betreurd werd verandert niets aan de structuur 
die het mogelijk maakte. Dezelfde structuur die later mensen in shuttles 
liet opstijgen terwijl men wist dat de risico’s onaanvaardbaar waren, 
maar ze toch accepteerde omdat stopzetten gezichtsverlies zou betekenen. 
Dat is geen wetenschap, dat is religie, met de raket als altaar en de 
doden als offergaven.

Men zal zeggen dat we geleerd hebben, dat veiligheid verbeterd is, dat 
moderne missies verantwoord zijn. Maar dit is een oppervlakkige 
correctie die niets verandert aan het onderliggende probleem. Zelfs als 
ruimtevaart honderd procent veilig zou zijn, blijft zij moreel leeg. 
Want wat is haar doel? Het verzamelen van maanzand? Het planten van 
vlaggen? Het cirkelen rond hemellichamen als kosmische toeristen die 
niets toevoegen behalve data en foto’s die men al decennia kent? De 
Aarde brandt, ecosystemen storten in, ongelijkheid explodeert, en toch 
vindt men miljarden om raketten te lanceren die niets oplossen en 
niemand redden.

De verdediging luidt vaak dat ruimtevaart ons perspectief geeft, dat het 
zien van de Aarde van buitenaf ons nederig maakt. Maar dit is een mythe, 
hardnekkig en gemakzuchtig. Als nederigheid werkelijk het resultaat was, 
dan zou het effect al lang zichtbaar moeten zijn. De iconische beelden 
van de blauwe planeet bestaan al meer dan een halve eeuw. En toch zijn 
we niet voorzichtiger geworden, niet rechtvaardiger, niet matiger. 
Integendeel. Dezelfde technologische mentaliteit die de Aarde van 
bovenaf fotografeert, exploiteert haar beneden met steeds grotere 
efficiëntie. De afstand heeft ons niet wijzer gemaakt, slechts arroganter.

Ruimtevaart is ook een uitdrukking van het geloof dat techniek morele 
problemen kan oplossen. Dat als we maar ver genoeg, snel genoeg en hoog 
genoeg gaan, de consequenties van ons handelen ons niet meer zullen 
achtervolgen. Als de Aarde onleefbaar wordt, zo fluistert de mythe, dan 
vertrekken we gewoon. Naar de Maan, naar Mars, naar iets anders. Dit is 
geen plan maar een ontwijking. Een fantasie van mensen die niet willen 
erkennen dat een planeet geen verwisselbaar platform is en dat leven 
niet opgeschaald kan worden als software.

Het idee dat de mens elders kan leven is niet alleen technisch naïef, 
maar existentieel leeg. Zelfs als men een koepel bouwt, zuurstof 
genereert en voedsel produceert, dan nog neemt men de mens mee zoals hij 
is. Met zijn hiërarchieën, zijn machtsdrang, zijn economische dwang, 
zijn neiging tot uitbuiting. Men exporteert geen beschaving, men 
exporteert conflict. De Maan zal geen utopie worden maar een spiegel, 
kaal en genadeloos, waarin dezelfde fouten zich herhalen onder extremere 
omstandigheden.

Daarbij komt dat ruimtevaart een diep elitaire onderneming is. Zij 
vereist concentratie van middelen, kennis en macht die per definitie 
ondemocratisch is. Een handvol technocraten en bestuurders beslist over 
projecten die miljarden kosten, levens riskeren en niets bijdragen aan 
het dagelijks bestaan van de meerderheid. De burger mag applaudisseren, 
vlaggetjes zwaaien en zich laten meeslepen door nationale trots, maar 
heeft geen zeggenschap over de prioriteiten die gesteld worden. 
Ruimtevaart wordt zo een vorm van symbolische politiek, een theater van 
grootsheid dat de aandacht afleidt van aardse mislukking.

Men noemt het inspirerend, maar wie wordt er werkelijk geïnspireerd? 
Kinderen leren niet dat zorg, beperking en herstel heroïsch zijn, maar 
dat ontsnappen, veroveren en overstijgen het hoogste goed is. De 
boodschap is helder: de Aarde is slechts een opstapje, een 
lanceerplatform, geen thuis dat op zichzelf waarde heeft. Dat is 
misschien wel de meest destructieve gedachte die de ruimtevaart cultiveert.

Er zit ook iets infantiels in deze obsessie met omhoog kijken terwijl 
alles wat moreel urgent is zich beneden afspeelt. Het is de blik van een 
beschaving die liever droomt dan handelt, liever speculeert dan 
repareert. Die denkt dat betekenis zich bevindt waar zuurstof ontbreekt, 
terwijl ze verdwijnt waar mensen wonen. De kosmos wordt zo een excuus om 
de rommel op Aarde te negeren.

Men zal zeggen dat dit een valse tegenstelling is, dat we én voor de 
Aarde kunnen zorgen én de ruimte in kunnen. Maar dit is een comfortabele 
leugen. Middelen zijn eindig, aandacht is eindig, politieke wil is 
eindig. Elke euro, elke ingenieur, elke beleidsprioriteit die naar 
ruimtevaart gaat, gaat niet naar herstel, zorg, onderwijs of 
rechtvaardigheid. Dat men deze keuze verdoezelt met grootse woorden 
maakt haar niet minder reëel.

De ruimtevaart presenteert zichzelf graag als onvermijdelijk, als 
volgende stap in een evolutionair verhaal waarin de mens steeds verder 
reikt. Maar dit narratief is niet natuurwetenschappelijk, het is 
ideologisch. Er is niets in de evolutie dat zegt dat intelligentie moet 
leiden tot interplanetaire expansie. Dat is een verhaal dat de mens 
zichzelf vertelt om zijn rusteloosheid te rechtvaardigen. Grenzen 
erkennen is geen stagnatie, het is volwassenheid.

Een beschaving die werkelijk wijs is, probeert niet te ontsnappen aan 
haar voorwaarden, maar leert ermee leven. Zij investeert niet in 
spectaculaire symbolen, maar in duurzame structuren. Zij accepteert dat 
niet alles mogelijk is, en dat juist daarin betekenis schuilt. De 
ruimtevaart daarentegen belichaamt de weigering om nee te accepteren. 
Nee tegen eindigheid. Nee tegen verantwoordelijkheid. Nee tegen de 
gedachte dat dit het is.

Laat de objecten die men de ruimte instuurt dan maar voor eeuwig rond de 
Maan cirkelen, als stille getuigen van een tijdperk dat dacht dat verder 
altijd beter was. Laat ze daar hangen als waarschuwing, als afval van 
ambitie, als herinnering aan een beschaving die de blik niet naar binnen 
durfde te keren. Niet als belofte, maar als grafmonument.

Want uiteindelijk is de vraag niet of we de ruimte in kunnen, maar 
waarom we dat per se willen. En zolang het antwoord luidt dat we elders 
hopen te vinden wat we hier weigeren te bouwen, is ruimtevaart geen 
vooruitgang maar vlucht. En vluchten is geen lotsbestemming, het is een 
schuldbekentenis.


More information about the D66 mailing list