[D66] Wanneer de vlam in de pan slaat in Europa

René Oudeweg roudeweg at gmail.com
Tue Jan 13 17:21:21 CET 2026


Wanneer de vlam in de pan slaat in Europa

Europa is een continent dat zichzelf graag ziet als een museum met 
werkende stopcontacten. Alles is oud, alles is belangrijk, alles heeft 
een bordje met uitleg, en vooral: alles moet vooral blijven zoals het 
is, behalve dan de dingen die dringend moeten veranderen, maar daar 
komen we later wel op terug in een commissie. Of twee. Of 
zevenentwintig. Want wanneer de vlam in de pan slaat in Europa, doen we 
dat niet abrupt. Nee, wij laten de pan eerst rustig voorverwarmen, 
bespreken welke vlam acceptabel is, en stellen een werkgroep samen om te 
onderzoeken of het wel écht een vlam is, of slechts een overdreven 
waarneming veroorzaakt door emotionele burgers of, erger nog, sociale media.

De vlam in de pan slaan is in Europa geen incident, maar een proces. Het 
is een traditie, bijna een cultureel erfgoed. Andere continenten hebben 
oorlogen, revoluties of staatsgrepen. Europa heeft “spanningen”, 
“zorgwekkende ontwikkelingen” en “een complexe situatie die vraagt om 
nuance”. En nuance, dat is onze brandblusser. We gooien het niet op het 
vuur, maar we blazen het ook niet uit. We kijken ernaar, hoofd schuin, 
handen op de rug, en zeggen: interessant.

Neem bijvoorbeeld het moment waarop iets misgaat. Dat moment is nooit 
duidelijk. Er is geen knal, geen alarmbel. Er is een persbericht. Daarna 
een tweede persbericht waarin staat dat het eerste persbericht verkeerd 
is geïnterpreteerd. Dan een debat. Dan een spoeddebat. Dan een herhaling 
van het debat omdat niet iedereen aanwezig was. Ondertussen staat de pan 
inmiddels in lichterlaaie, maar dat is geen probleem, want we hebben 
brandwerende procedures. En als die niet werken, kunnen we altijd nog 
terugvallen op onze meest vertrouwde reflex: diepe bezorgdheid.

Diepe bezorgdheid is het Europese equivalent van een emmer water, alleen 
zonder het water en zonder de emmer. Het is een woord, uitgesproken met 
ernstige gezichten, bij voorkeur in meerdere talen, zodat het probleem 
zich gehoord voelt. Want problemen in Europa verdwijnen niet door 
oplossingen, maar door aandacht. Of liever: door het simuleren van aandacht.

Wanneer de vlam in de pan slaat, ontdekken we ook plotseling dat alles 
“complex” is. Dat woord verschijnt als een soort rookgordijn. Complex 
betekent hier: we hadden dit kunnen zien aankomen, maar dat zou 
betekenen dat iemand verantwoordelijk is. En verantwoordelijkheid is in 
Europa een schaars goed, zorgvuldig verdeeld over zoveel schouders dat 
niemand het gewicht voelt.

Intussen verschijnen de experts. Altijd dezelfde experts, maar nu met 
andere jassen aan. Ze vullen talkshows, panelen en opiniestukken. Ze 
beginnen zinnen met “Historisch gezien” en eindigen ze met “maar we 
moeten vooruitkijken”. Ze zijn het oneens met elkaar, wat een goed teken 
is, want consensus zou betekenen dat er misschien actie nodig is. En 
actie is gevaarlijk. Actie kan precedent scheppen.

Europa houdt niet van precedenten. Behalve wanneer ze eeuwen oud zijn. 
Dan noemen we ze tradities.

Terwijl de vlam hoger wordt, wijzen landen naar elkaar. Dat is een 
geliefd spel. Noord wijst naar Zuid, West naar Oost, Oost naar West, en 
iedereen wijst naar Brussel, dat ondertussen naar iedereen terugwijst 
met een glimlach die zegt: dit stond niet in mijn mandaat. Solidariteit 
is prachtig, zolang het theoretisch blijft. Zodra het praktisch wordt, 
is het ineens tijd voor nationale belangen, historische gevoeligheden en 
electorale realiteiten.

En daar zijn ze: de verkiezingen. Want niets dooft een brand zo 
effectief als de gedachte aan stemmenverlies. Wanneer de vlam in de pan 
slaat vlak voor verkiezingen, wordt hij ineens heel abstract. Het is dan 
geen vuur meer, maar een “uitdaging in perceptie”. Politici spreken dan 
niet over oplossingen, maar over framing. Niet over blussen, maar over 
communicatie. Want het vuur is misschien heet, maar de kiezer is heter.

De burger, ondertussen, staat in de keuken. Hij ruikt rook. Hij ziet 
vlammen. Hij vraagt zich af waarom niemand het fornuis uitzet. Maar hij 
krijgt te horen dat hij moet kalmeren, dat paniek contraproductief is, 
en dat hij vooral geen ongefilterde informatie moet consumeren. Vertrouw 
op de instellingen, zegt men. Diezelfde instellingen die momenteel druk 
bezig zijn met het organiseren van een rondetafelgesprek over de 
definitie van “pan”.

Wanneer de vlam in de pan slaat, ontdekken we ook dat Europa één is. 
Althans, in slogans. In de praktijk blijkt eenheid een flexibel begrip. 
Het betekent: we zijn het eens dat we het oneens zijn, maar gezamenlijk. 
Dat we allemaal een andere kant op rennen, maar wel met dezelfde vlag op 
ons shirt. En die vlag, die wappert fier, zelfs als de keuken afbrandt.

Er is ook altijd een moment van nostalgie. Iemand zegt dan: “Dit is niet 
het Europa dat we wilden.” Wat bedoeld wordt: dit is niet het Europa van 
mijn jeugd, toen alles overzichtelijker leek omdat ik minder wist. 
Nostalgie is een krachtig verdovingsmiddel. Het maakt dat we 
terugverlangen naar tijden waarin de vlam ook al in de pan stond, maar 
we hem romantischer vonden.

En natuurlijk komt er een verklaring. Er komt altijd een verklaring. 
Soms zelfs meerdere. Ze zijn lang, zorgvuldig geformuleerd en volledig 
onleesbaar. Ze beloven actie, maar specificeren geen tijdlijn. Ze 
benoemen waarden, maar geen middelen. Ze zijn het literaire hoogtepunt 
van de crisis: een tekst die niets zegt, maar alles bedoelt.

Wanneer de vlam uiteindelijk niet meer te negeren is, wanneer zelfs de 
meest doorgewinterde commissaris voelt dat zijn wenkbrauwen warm worden, 
dan gebeurt er iets spectaculairs: er wordt een noodmaatregel 
aangekondigd. Tijdelijk, uiteraard. Proportioneel. In overeenstemming 
met alles en iedereen. De maatregel is te laat, te klein, en te 
ingewikkeld om uit te leggen, maar hij bestaat. En bestaan is in Europa 
al een overwinning.

Daarna volgt de evaluatie. De evaluatie is cruciaal, want daar leren we 
niets van. We concluderen dat de situatie ongekend was, dat de reacties 
begrijpelijk waren, en dat er lessen zijn voor de toekomst. Welke 
lessen, dat blijft vaag, want concrete lessen zouden impliceren dat we 
ze ook moeten toepassen.

En dan, langzaam, dooft het vuur. Niet omdat het geblust is, maar omdat 
er niets meer te verbranden valt. De pan is zwartgeblakerd, de keuken 
onbruikbaar, maar we leven nog. Dat is het moment waarop Europa zichzelf 
feliciteert. Kijk eens hoe veerkrachtig we zijn, zeggen we. Kijk eens 
hoe goed we deze crisis hebben doorstaan. En iemand stelt voor om een 
herdenkingsdag in te stellen.

Tot de volgende keer.

Want er komt altijd een volgende keer. De vlam in de pan is geen 
uitzondering, het is een cyclus. En Europa is er goed in geworden. We 
weten precies hoe we moeten reageren: langzaam, voorzichtig, met veel 
woorden en weinig daden. We noemen het beschaving.

En ergens, diep in ons hart, zijn we er zelfs een beetje trots op. Want 
terwijl de pan brandt, discussiëren wij over de juiste blustechniek. In 
drie talen. Met een pauze voor koffie. Dat, zeggen we dan, is Europa op 
zijn best.


More information about the D66 mailing list