[D66] NRC: Paniek bij arbeidsongeschikten over dreigende verlaging van hun uitkering

René Oudeweg roudeweg at gmail.com
Thu Feb 19 14:09:42 CET 2026


  nrc.nl
Paniek bij arbeidsongeschikten over dreigende verlaging van hun 
uitkering. Volgens experts is het juridisch onhaalbaar
Christiaan Pelgrim
10–14 minutes

Waar moet Evelien Jonkers (44) wonen, als het aanstaande kabinet-Jetten 
haar WIA-uitkering voor arbeidsongeschikten met 20 procent verlaagt? De 
hypotheek voor haar benedenwoning in Rijswijk is dan te hoog, zegt ze.

Maar een hypotheek voor een nieuw koophuis kan ze niet krijgen. Banken 
zullen haar inkomen als te onzeker beoordelen, omdat ze geen levenslange 
WIA-uitkering heeft. Haar inkomen is straks wel laag genoeg voor een 
sociale huurwoning, maar door jarenlange wachtlijsten zal ze nog lang 
niet aan de beurt zijn. En huren in de vrije sector? „Dat is nog duurder 
dan mijn hypotheek nu.”

Veel arbeidsongeschikten zijn in paniek over het coalitieplan van D66, 
VVD en CDA om in 2029 de maximale hoogte van allerlei UWV-uitkeringen 
met 20 procent te verlagen. Niet alleen nieuwe, ook bestaande. Daardoor 
dreigen ruim 160.000 mensen, vooral werklozen en arbeidsongeschikten, 
erop achteruit te gaan. Tot 926 euro per maand bruto, gebaseerd op de 
huidige cijfers.

Deze bezuiniging raakt UWV-uitkeringen die gebaseerd zijn op het 
laatstverdiende loon: onder meer de WW voor werklozen, de WIA voor 
arbeidsongeschikten en de verlofuitkeringen voor zwangeren en ouders.

Deze uitkeringen worden nu gebaseerd op een maximaal brutoloon van ruim 
6.600 euro per maand: alles daarboven wordt buiten beschouwing gelaten. 
Deze maximale grondslag wil de coalitie met 20 procent verlagen, naar 
iets minder dan 5.300 euro per maand. Oftewel: 1,3 keer modaal.

Voor veel werklozen en arbeidsongeschikten is de hoogst mogelijke 
uitkering daardoor nu nog 4.630 euro bruto per maand: 70 procent van die 
maximale salarisgrondslag. Na de bezuiniging moet dat 3.700 euro bruto 
per maand zijn.

Netto houden arbeidsongeschikten hier vaak minder aan over dan 
werkenden. Als zij niet kunnen bijverdienen naast hun uitkering, lopen 
zij het grote belastingvoordeel voor werkenden mis: de ‘arbeidskorting’, 
die de politiek de afgelopen jaren vaak verhoogd heeft.

‘Vette pech’

Evelien Jonkers werkte als manager van ict-projecten, met een goed 
salaris, toen in 2010 de ziektes elkaar begonnen op te volgen: 
hersenletsel, borstkanker, ziekte van Lyme, een burn-out en steeds weer 
brekende ribben door de bestralingen. „Ik heb gewoon vette pech. Als 
mijn verhaal in een film zou zitten, zou je denken: dit is wel erg 
overdreven.”

In 2012 kwam Jonkers in de WIA en werd haar inkomen niet 70, maar 50 
procent van haar oude loon, doordat ze boven het maximumbedrag 
verdiende. Netto krijgt ze nu ruim 2.800 euro per maand van het UWV. „Ik 
dacht dat dit mijn inkomen zou blijven.”

Maar nee: door de voorgenomen bezuiniging verwacht ze nu een nieuwe 
inkomensval van netto 550 euro, naar rond de 2.250 euro netto per maand.

Jonkers vindt het onbegrijpelijk dat het nieuwe kabinet bestaande 
uitkeringen wil verlagen. „Mensen die al ziek zijn, kunnen die klap niet 
meer opvangen.”

Vaak kiezen kabinetten ervoor alleen voor nieuwe aanvragers de 
uitkeringen te versoberen. Zo zijn er nog steeds mensen die een oude 
WAO-uitkering voor arbeidsongeschiktheid krijgen, omdat die twintig jaar 
geleden alleen werd afgeschaft voor nieuwe gevallen.

Het aanstaande kabinet maakt zo’n keuze wel bij een andere bezuiniging 
op de WIA. De hogere uitkering voor mensen die levenslang 
arbeidsongeschikt worden verklaard, wil de nieuwe coalitie alléén 
afschaffen voor nieuwe aanvragers.

Daarom is het opvallend dat de verlaging van de maximale uitkeringen, 
die uiteindelijk 800 miljoen euro per jaar moet opleveren, wel direct 
voor iedereen gaat gelden.

Het is zelfs juridisch onhoudbaar, menen vier hoogleraren 
socialezekerheidsrecht. Zij zien een inbreuk op het eigendomsrecht, 
vastgelegd in het Europese mensenrechtenverdrag. Dat beschermt óók de 
aanspraak op toekomstige uitkeringen waarover de overheid ‘legitieme 
verwachtingen’ heeft gewekt.

Het kabinet moet „met een hele goede rechtvaardiging komen” dat het 
verlagen van bestaande uitkeringen „op de korte termijn ‘dringend 
noodzakelijk’ is”, zegt Barend Barentsen (Universiteit Leiden). „Meer 
willen uitgeven aan defensie is een rechtvaardiging, maar niet zo’n 
dringende, in mijn optiek.”

Dat geldt volgens hem het sterkst voor de WIA, waar mensen vaak 
langdurig in zitten. Zij worden het meest overvallen door de 
bezuiniging. Voor de WW is dat anders, want die duurt maximaal twee 
jaar. Iedereen die daar ten tijde van de verlaging in 2029 in zit, is 
daar pas ingekomen ná de bekendmaking van dit bezuinigingsplan.

Voor emeritus hoogleraar Frans Pennings (Universiteit Utrecht) is een 
belangrijk argument dat de WIA een verzekering is, tegen inkomensverlies 
door ziekte. Wie meer verdiende, heeft een hoger ‘verzekerd loon’ gehad, 
en heeft daar dus ook de bijbehorende, hogere premies voor afgedragen.

Door die relatie tussen de betaalde premie en de huidige uitkering is 
het bij de rechter „moeilijk te rechtvaardigen”, denkt Pennings, om 
lopende uitkeringen te verlagen. Voor nieuwe WIA-ontvangers is dat 
makkelijker: „Voor hen wordt ook de premie verlaagd, waardoor een 
kleiner deel van hun loon verzekerd is. En mensen kunnen zich er dan op 
voorbereiden.”

Ook voor Evelien Jonkers voelt dit onrechtvaardig: „Ja, ik heb ooit een 
hoog loon gehad, maar mijn hogere premies gaven mij recht op deze 
uitkering.”

Volgens hoogleraar socialezekerheidsrecht Gijsbert Vonk 
(Rijksuniversiteit Groningen) is het wél mogelijk om bestaande 
WIA-uitkeringen te verlagen. Maar niet zo snel en plotseling als het 
kabinet van plan is. Vonk denkt dat de rechter begrip kan opbrengen voor 
„de noodzaak tot bezuinigen”, óók op lopende uitkeringen, als beter 
tegemoet wordt gekomen aan „bestaande verwachtingen”. Dat kan, zegt hij, 
door een „zachte landing” te organiseren: een geleidelijke afbouw naar 
het nieuwe bedrag.

Pennings denkt dat dit onvoldoende is. Het bezuinigingsargument van het 
kabinet is niet ‘dringend’ genoeg, verwacht hij, om bestaande 
uitkeringen te verlagen. „Zoiets kun je doen als het stelsel anders 
onhoudbaar is, maar dat speelt hier niet.”

Bovendien, zegt zijn collega Willemijn Roozendaal (Vrije Universiteit 
Amsterdam): 20 procent is een „forse” verlaging. Het is volgens haar 
zomaar mogelijk „dat de motivering hiervoor volgens een rechter 
tekortschiet”.

Geen argumenten

Wat is die inhoudelijke motivering eigenlijk, naast de wens meer uit te 
geven aan defensie? D66, VVD en CDA noemen in hun coalitieakkoord geen 
inhoudelijk argument voor deze verlaging. Sterker: ze noemen deze 
bezuiniging alleen in de financiële bijlage bij hun akkoord.

In een dik ambtelijk rapport over de WIA, dat als inspiratie diende in 
de formatie, staat één inhoudelijk argument: het verkleinen van de 
„ervaren onrechtvaardigheid” dat mensen met een hoger inkomen sneller 
worden toegelaten tot de WIA. Dat laatste klopt: je komt pas in de WIA 
als je door je ziekte minimaal 35 procent mínder dan je oude loon kunt 
verdienen. En mensen met een hoog salaris gaan er door hun ziekte 
procentueel vaak harder op achteruit dan wie al een laag loon had.

Maar wat niet klopt, is dat een lagere maximale salarisgrondslag dit 
„verschil in WIA-toegang kleiner” maakt, zoals het ambtelijke rapport 
stelt. Want bij de WIA-keuring wordt voor de berekening van het 
loonverlies naar het volledige loon gekeken, zonder maximum. Pas ná de 
toelating speelt de gemaximeerde grondslag een rol, als de maandelijkse 
uitkering wordt vastgesteld.

Een tweede mogelijke argument, dat de ambtenaren in een bijlage noemen: 
een lagere maximumuitkering geeft mensen „een sterkere prikkel” om naast 
hun uitkering bij te verdienen. „Heel kwetsend”, vindt Evelien Jonkers. 
„Veel mensen in de WIA willen wel, maar kúnnen niet werken”, zegt ze. 
Zelf is ze volledig arbeidsongeschikt verklaard en was ze nooit 
verplicht daarnaast te werken. „Toch heb ik dat altijd gedaan als ik dat 
kon. Ik gaf mijn bijverdiensten netjes door en het UWV hield dat in op 
mijn uitkering.”

Ook Moniek van der Borg (44) is volledig afgekeurd. Door haar postcovid 
(eerder long covid genoemd) heeft ze nauwelijks energie en moet ze veel 
slapen, ook overdag. „Ik voel me eigenlijk altijd slecht, en er zijn 
dagen dat ik me nóg slechter voel. Dat is heel pittig.” Ook zij is fel 
over het woord ‘prikkel’. „Ik kán niet werken. Hoe kun je me dan 
prikkelen? Je geeft me alleen maar stress.”

Door de bezuiniging gaat Van der Borg er netto 500 tot 600 euro op 
achteruit, verwacht ze. Ze hoeft niet te verhuizen: de hypotheek blijft 
betaalbaar door het inkomen van haar man. „Maar op de extraatjes moet ik 
gaan korten, de vakanties, de uitjes. Het voelt alsof ik gestraft word.”

Lees ook

De miljardenbezuiniging op sociale zekerheid past in een lange trend: 
niet de visie, maar de besparing is leidend
Bouwvakkers staken bij het kantoor van werkgeversorganisatie VNO-NCW 
voor een blijvende en betere zwaarwerkregeling. De AOW-leeftijd gaat, 
als het aan de coalitie ligt, weer een-op-een meestijgen met de 
levensverwachting.

Van der Borg snapt dat de WIA-uitkering een maximum heeft. „Maar het is 
niet zo dat ik een topfunctie had.” Ze had een ict-functie op 
hbo-niveau, bij de Nationale Politie. Ze bestrijdt ook dat er nu ‘hoge’ 
WIA-uitkeringen zijn. „Er is een verschil tussen het loon dat je ooit 
had en de uitkering die je nu krijgt.”

Dat zegt ook Sander van Boxtel (49): „Eenmaal in de WIA zijn er geen 
hoge inkomens meer.” Sinds de publicatie van de coalitieplannen is Van 
Boxtel „in paniek”, zegt hij, over zijn dreigende inkomensval. Ook hij 
gaat er netto honderden euro’s per maand op achteruit, en komt 
waarschijnlijk uit op een netto-inkomen iets boven de 2.000 euro per 
maand. „Er zijn heus mensen die het slechter hebben, maar voor mij als 
alleenstaande is dat echt een klap.”

Van Boxtel: „Als dit voor mijn ziekte al bekend was, had ik me kunnen 
bijverzekeren.” Als werknemer kun je bij private verzekeraars een 
aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten, bovenop de 
WIA-premies die je afdraagt, als je bij ziekte een hogere uitkering wilt 
krijgen. „Maar nu is dat te laat. Ik ben al ziek. Een brandend huis kun 
je niet meer verzekeren.”

Van Boxtel is vol onbegrip. D66, VVD en CDA, zegt hij, willen als 
„onbetrouwbare overheid bestaande afspraken wijzigen”. Hij heeft 
misschien nog maar een paar jaar te leven, met zijn leverziekte en 
kanker. „Maar ik ga dit plan tot mijn laatste snik bevechten.” Hij nam 
zelf contact op met NRC en heeft, net als Van der Borg, ook Kamerleden 
gemaild.

Als zijn uitkering over drie jaar werkelijk verlaagd dreigt te worden, 
zal Van Boxtel een gang naar de rechter niet schuwen, zegt hij. „Als ik 
dan nog leef en fit genoeg ben, ga ik absoluut de strijd aan.”

CIJFERS
Maximale uitkering

77.500

mensen krijgen nu een maximale uitkering en dreigen door de bezuiniging 
20 procent van hun inkomen te verliezen.

83.000

mensen krijgen een uitkering die lager is dan het huidige maximum, maar 
hoger dan het voorgenomen, verlaagde maximum. Ook hun wacht dus een 
inkomensval, maar minder dan 20 procent.

59%

van deze twee groepen samen heeft een arbeidsongeschiktheidsuitkering 
zoals de WIA. 30 procent krijgt de werkloosheidsuitkering WW. En 5 
procent een verlofuitkering voor zwangerschap of ouderschap.


More information about the D66 mailing list