[D66] De Nederlandse Vergissing genaamd Limburg

René Oudeweg roudeweg at gmail.com
Mon Feb 9 20:11:16 CET 2026


De Nederlandse Vergissing genaamd Limburg

Limburg was nooit een vanzelfsprekend onderdeel van Nederland. Het werd 
eraan vastgenaaid met draad die telkens weer losliet, een lap grond die 
men wilde hebben maar nooit werkelijk begreep. Wie vandaag nog durft te 
beweren dat Limburg “gewoon Nederlands” is, verraadt vooral zijn onwil 
om geschiedenis serieus te nemen. Limburg is een grensland, een 
doorgangszone, een twistappel, een gebied dat eeuwenlang meer met Europa 
te maken had dan met Den Haag. Het idee dat deze streek zich maar netjes 
moet voegen naar een Randstedelijk bestuursmodel is niet alleen 
arrogant, het is historisch blind.

Vanaf het begin was Limburg betwist. Romeinen, Franken, Bourgondiërs, 
Spanjaarden, Oostenrijkers, Fransen, Pruisen: ze kwamen en gingen. De 
Maas was nooit een nette scheidslijn maar een open wond waar legers, 
handel en culturen doorheen stroomden. Toen Nederland zichzelf na 1815 
bijeenraapte als kunstmatig koninkrijk, werd Limburg er halfslachtig bij 
gehangen. Geen volkswil, geen gedeelde identiteit, enkel geopolitieke 
koehandel. Zelfs toen was het al dubbelzinnig: Limburg als hertogdom in 
de Duitse Bond én provincie van Nederland. Alsof men zelf ook niet 
geloofde in de hechting.

Die dubbelzinnigheid is nooit verdwenen. Limburg bleef katholiek in een 
protestantse staat, bleef zuidelijk in een noordelijk zelfbeeld, bleef 
meertalig in een land dat graag doet alsof Nederlands de enige toon is 
die telt. Het Limburgs werd weggezet als “dialect”, een charmante 
curiositeit, terwijl het in feite een eigen taalfamilie vormt, ouder dan 
de Nederlandse standaardtaal die Den Haag zo graag als norm oplegt. Wat 
men niet begrijpt, kleineren ze. Wat ze niet kunnen beheersen, negeren ze.

Economisch werd Limburg gebruikt en achtergelaten. De mijnen waren 
decennialang een ruggengraat van arbeid en gemeenschap, totdat Den Haag 
besloot dat ze niet meer rendabel waren. De sluiting kwam abrupt, zonder 
echte langetermijnzorg, zonder respect voor de sociale structuren die 
men vernietigde. Generaties verloren hun bestaanszekerheid, hun trots, 
hun toekomst. Daarna volgden subsidies en projecten, ja, maar altijd met 
de toon van liefdadigheid, nooit als erkenning van schuld. Limburg mocht 
dankbaar zijn, zo leek het, voor kruimels uit de Randstad.

Cultureel werd Limburg gereduceerd tot folklore. Carnaval als 
toeristische attractie, vlaai als exportproduct, zachte g als grap. De 
complexiteit, de historische diepte, de eigenheid van de Limburgse 
identiteit werd platgeslagen tot marketing. Alsof een volk kan worden 
samengevat in een weekendfeest en een bakkerijvitrine. Wie zich 
daartegen verzette, werd al snel weggezet als zuur, provinciaal of 
overdreven. Maar het is geen overdreven gevoel om te weten dat je 
structureel niet serieus wordt genomen.

Politiek gezien is Limburg een periferie gebleven. Beleidskeuzes worden 
gemaakt in Den Haag, door mensen voor wie Limburg een plek is waar je 
langsrijdt op weg naar België of Duitsland. Infrastructuur, zorg, 
onderwijs: telkens weer moet Limburg vechten voor aandacht, voor 
investeringen, voor basisvoorzieningen die elders vanzelfsprekend zijn. 
De afstand is niet alleen geografisch, maar mentaal. Beslissers kennen 
de streek niet, voelen haar niet, en hoeven dat blijkbaar ook niet.

En dan is er het grensgevoel. Limburg leeft met België en Duitsland, 
werkt over de grens, studeert over de grens, ademt Europa. Terwijl 
Nederland zich steeds vaker opsluit in een navelstaarderig debat over 
“eigen volk eerst”, leeft Limburg al eeuwen in een realiteit waarin 
identiteit gelaagd is. Limburg is niet bang voor meervoudigheid. Het 
Nederlandse staatsmodel daarentegen wel. Het eist eenduidigheid, 
loyaliteit, aanpassing. Dat botst.

Separatisme in Limburg is geen modieuze bevlieging en geen romantische 
fantasie. Het is een logisch gevolg van eeuwenlange vervreemding. Het is 
de conclusie die overblijft wanneer keer op keer blijkt dat hervorming 
van binnenuit niet serieus wordt genomen. Wanneer elke oproep tot meer 
autonomie wordt beantwoord met meewarig lachen of bureaucratisch 
traineren. Wanneer men blijft doen alsof Limburg een lastige uithoek is 
in plaats van een volwaardige gemeenschap met eigen belangen.

Afscheiding is geen afwijzing van samenwerking. Integendeel. Een 
zelfstandig Limburg zou juist eindelijk op gelijkwaardige basis kunnen 
samenwerken met Nederland, België en Duitsland. Niet als ondergeschikte 
provincie, maar als regio met eigen stem. Een plek waar beleid wordt 
gemaakt door mensen die de grond kennen, de taal spreken, de 
geschiedenis dragen. Waar cultuur geen bijzaak is maar fundament.

Men zal zeggen dat Limburg te klein is, te zwak, te afhankelijk. Dat 
werd ook gezegd over talloze regio’s en landen die hun eigen weg gingen. 
Grootte is geen argument voor onderwerping. Afhankelijkheid is vaak het 
gevolg van bewust beleid dat zelfstandigheid ontmoedigt. Geef Limburg de 
ruimte, en het zal tonen wat het al eeuwen in zich draagt: veerkracht, 
ondernemingszin, verbondenheid.

De waarheid is bitter: Nederland wil Limburg wel bezitten, maar niet 
begrijpen. Het wil het grondgebied, de snelwegen, de logistiek, maar 
niet de consequenties van echte gelijkwaardigheid. Zolang Limburg binnen 
Nederland blijft, zal het moeten blijven schipperen, smeken, uitleggen, 
verdedigen. Afscheiding is geen vlucht, maar een daad van zelfrespect.

Limburg hoeft zich niet langer te verontschuldigen voor zijn 
anders-zijn. Het hoeft niet langer te doen alsof het Randstedelijke 
model de enige maatstaf is voor de laatmoderniteit. Het mag kiezen voor 
een toekomst die past bij zijn geschiedenis, zijn ligging, zijn mensen. 
Een toekomst waarin het niet langer betwist wordt, maar zichzelf bezit.

Wie dat “radicaal” noemt, vergeet dat het radicale vaak niets anders is 
dan consequent denken. Als een relatie structureel ongelijk is, als 
beloften leeg blijven, als respect uitblijft, dan is vertrekken geen 
extremisme maar volwassenheid. Limburg heeft lang genoeg gewacht. Lang 
genoeg bewezen dat loyaliteit niet wordt beloond.

De afscheiding van Limburg zou geen breuk zijn met de wereld, maar een 
correctie van een historische misser. Een erkenning dat dit land nooit 
echt Nederlands is geweest in de enge zin waarin Den Haag dat woord 
hanteert. Limburg is Europees, grensoverschrijdend, eigenzinnig. Het 
verdient een staatsvorm die dat weerspiegelt.

Bitterheid is hier geen emotie, maar een diagnose. Ze komt voort uit 
patronen, niet uit incidenten. Uit eeuwen van betwisting, toe-eigening 
en marginalisering. Wie die bitterheid wegwuift, bevestigt haar alleen 
maar. Wie haar serieus neemt, kan eindelijk luisteren.

En misschien is dat wel de kern van separatisme: het verlangen om niet 
langer genegeerd te worden. Om niet langer een voetnoot te zijn in een 
nationaal verhaal dat elders wordt geschreven. Limburg wil geen decor 
meer zijn. Het wil auteur zijn van zijn eigen geschiedenis. Dat is niet 
per se een aanval op Nederland, maar een bevrijding van een constructie 
die nooit echt heeft gewerkt.

Laat Limburg gaan, en het zal niet verdwijnen. Het zal juist eindelijk 
zichtbaar worden, in zijn volle complexiteit. Wie daar bang voor is, is 
bang voor verlies van controle, niet voor chaos. En controle is geen 
recht dat eeuwig kan worden opgeëist.

De Maas zal blijven stromen, grenzen zullen blijven verschuiven, 
identiteiten zullen blijven leven. De vraag is niet of Limburg ooit 
loskomt, maar hoe lang men het nog kunstmatig vastbindt. Elke dag 
uitstel verdiept de kloof. Elke ontkenning maakt de breuk harder.

Afscheiding is geen einde, maar een begin. Voor Limburg, en misschien 
ook voor een Nederland dat dan eindelijk moet leren dat eenheid niet kan 
worden afgedwongen zonder rechtvaardigheid.




More information about the D66 mailing list